Stakingsrecht
In De Standaard staan er vandaag twee interessante opiniestukken in verband met het stakingsrecht: de ene[1] uit de pen van Luc Cortebeeck (ACV), de andere[2] van de hand van Pieter Timmermans (VBO). In grote lijnen ben ik het hierover met Peter Dedeckers analyse[3] eens. In deze tekst ga ik nog een stapje verder: ik beschrijf hoe ik vind dat, gebaseerd op de principes van de rechtsstaat, de samenleving met deze stakingen zou moeten omgaan.
Afgelopen weken werd er al eens gestaakt bij Carrefour. Vele werknemers nemen het niet dat ze er in Brugge collega’s zullen bijkrijgen die aan andere (minder goede) arbeidsvoorwaarden zouden moeten werken. Ondertussen lijken in dat sociaal conflict de onderhandelingen tot een sociaal akkoord te leiden.[4] Ik ken de arbeidsvoorwaarden in Carrefour niet; ik ga dan ook geen uitspraak doen of ik deze staking terecht vind. Ergens kan ik zelfs wel sympathie opbrengen voor stakende werknemers die betere voorwaarden eisen voor hun collega’s (in plaats van voor zichzelf). Natuurlijk speelt in hun achterhoofd van de stakers dat eens in het bedrijf arbeidsvoorwaarden bestaan, er op lange termijn maar weinig de werkgever belet die alternatieve regeling ook in andere vestigingen in te voeren. Dat kan een terechte inschatting zijn. Stefan Van Slycken (BBTK) merkte hier bij op dat men later wel eens zou kunnen argumenteren dat Carrefour Oostakker bij een toeristische trekpleister ligt: de grot van Lourdes.[5]
Dit sociaal conflict werd bovenal getekend door eenzijdige verzoekschriften en politie-interventies. Hierdoor kwam (eindelijk) de fundamentele discussie bovendrijven: hoe zit dat nu met dat stakingsrecht?
Cortebeeck en Timmermans zijn het op één punt duidelijk eens: het stakingsrecht bestaat, en zo hoort het ook. Ik treed hen daarin bij: ik ben een groot voorstander van het stakingsrecht. Het recht om het werk neer te leggen (bij voorkeur na een stakingsaanzeg) vind ik vrij fundamenteel.
Deze staking is tevens eenvoudiger te benaderen dan andere: Carrefour is geen openbare dienstverlener, dus het debat rond minimumdienstverlening speelt hier niet. Ook hier vermoed ik geen tegenspraak van Cortebeeck of Timmermans.
Pieter Timmermans wijst erop dat bevriende arbeiders uit andere sectoren de actie plaatselijk mee ondersteunen, tegen de geest van het Herenakkoord. Hoewel het niet mooi is om een afspraak niet na te leven, stoort mij dat niet echt. Uiteindelijk hebben ook die “professionele” stakers de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om hun lijf in een rode vuilzak te hullen, en de vrijheid om wat door een megafoon te brullen.
Maar op het belangrijkste discussiepunt heeft Pieter Timmermans gelijk. Het stakingsrecht is niet absoluut. Net als andere basisrechten eindigt het waar de rechten van de anderen beginnen. En er zijn heel wat betrokken partijen die elk hun eigen fundamentele rechten genieten: werkgever, collega-werknemers, klanten.