Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Stakingsrecht

donderdag 13 november 2008, 23:55 | Burgerrechten, Politiek

In De Standaard staan er vandaag twee interessante opiniestukken in verband met het stakingsrecht: de ene[1] uit de pen van Luc Cortebeeck (ACV), de andere[2] van de hand van Pieter Timmermans (VBO). In grote lijnen ben ik het hierover met Peter Dedeckers analyse[3] eens. In deze tekst ga ik nog een stapje verder: ik beschrijf hoe ik vind dat, gebaseerd op de principes van de rechtsstaat, de samenleving met deze stakingen zou moeten omgaan.

Afgelopen weken werd er al eens gestaakt bij Carrefour. Vele werknemers nemen het niet dat ze er in Brugge collega’s zullen bijkrijgen die aan andere (minder goede) arbeidsvoorwaarden zouden moeten werken. Ondertussen lijken in dat sociaal conflict de onderhandelingen tot een sociaal akkoord te leiden.[4] Ik ken de arbeidsvoorwaarden in Carrefour niet; ik ga dan ook geen uitspraak doen of ik deze staking terecht vind. Ergens kan ik zelfs wel sympathie opbrengen voor stakende werknemers die betere voorwaarden eisen voor hun collega’s (in plaats van voor zichzelf). Natuurlijk speelt in hun achterhoofd van de stakers dat eens in het bedrijf arbeidsvoorwaarden bestaan, er op lange termijn maar weinig de werkgever belet die alternatieve regeling ook in andere vestigingen in te voeren. Dat kan een terechte inschatting zijn. Stefan Van Slycken (BBTK) merkte hier bij op dat men later wel eens zou kunnen argumenteren dat Carrefour Oostakker bij een toeristische trekpleister ligt: de grot van Lourdes.[5]

Dit sociaal conflict werd bovenal getekend door eenzijdige verzoekschriften en politie-interventies. Hierdoor kwam (eindelijk) de fundamentele discussie bovendrijven: hoe zit dat nu met dat stakingsrecht?

Cortebeeck en Timmermans zijn het op één punt duidelijk eens: het stakingsrecht bestaat, en zo hoort het ook. Ik treed hen daarin bij: ik ben een groot voorstander van het stakingsrecht. Het recht om het werk neer te leggen (bij voorkeur na een stakingsaanzeg) vind ik vrij fundamenteel.

Deze staking is tevens eenvoudiger te benaderen dan andere: Carrefour is geen openbare dienstverlener, dus het debat rond minimumdienstverlening speelt hier niet. Ook hier vermoed ik geen tegenspraak van Cortebeeck of Timmermans.

Pieter Timmermans wijst erop dat bevriende arbeiders uit andere sectoren de actie plaatselijk mee ondersteunen, tegen de geest van het Herenakkoord. Hoewel het niet mooi is om een afspraak niet na te leven, stoort mij dat niet echt. Uiteindelijk hebben ook die “professionele” stakers de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om hun lijf in een rode vuilzak te hullen, en de vrijheid om wat door een megafoon te brullen.

Maar op het belangrijkste discussiepunt heeft Pieter Timmermans gelijk. Het stakingsrecht is niet absoluut. Net als andere basisrechten eindigt het waar de rechten van de anderen beginnen. En er zijn heel wat betrokken partijen die elk hun eigen fundamentele rechten genieten: werkgever, collega-werknemers, klanten.

De werkgever heeft bijvoorbeeld eigendomsrecht op zijn bezittingen. Niemand heeft het recht die bezittingen te beschadigen of weg te nemen. Ook stakers niet.

De werknemers hebben bijvoorbeeld evenzeer recht tot staken als het recht om hun arbeidscontract wel na te leven, of ze nu aangesloten zijn bij een vakbond of niet. Niemand heeft het recht hun de toegang tot hun werkplaats te verhinderen. Ook stakers niet. Uiteindelijk heeft iedere werknemer individueel een arbeidscontract met z’n werkgever ondertekend. Net als andere contracten mag men er toch van uit gaan dat beide partijen dat contract op dat moment als een win-winsituatie beschouwden. Iedere werknemer moet voor zichzelf uitmaken of hij, eventueel na veranderende werkomstandigheden, die regeling nog steeds voor zichzelf als een winsituatie ziet. Als de vakbond de werkgevers wil overhalen om te staken, moeten ze de werknemers overtuigen om het werk neer te leggen. Niet manu militari de staking opdringen. Uiteindelijk beslist elke werknemer voor zichzelf of hij genoeg redenen om te staken ziet.

De klanten hebben dan weer het recht te winkelen, als de winkel voldoende werkwillige personeelsleden vindt om de winkel open te houden tenminste. Niemand mag hen tegenhouden te winkelen bij de winkel van hun keuze, op het tijdstip van hun keuze (als de winkel open is). Ook stakers niet. Er is geen fundamenteel verschil tussen een stakerspost die klanten de toegang tot de winkel ontzegt, en een maffia-knokploeg die in opdracht van een concurrerende handelszaak diezelfde klanten de toegang tot diezelfde winkel ontzegt. De achterliggende gedachte mag dan wel totaal anders zijn, in beide gevallen gebeurt ongeveer hetzelfde misdrijf en hebben klant en winkel dezelfde schade opgelopen. Beide gevallen zouden dus even streng gestraft moeten worden. Het bestaan van een sociaal conflict in die winkel is hoogstens een verzachtende omstandigheid.

Wanneer een stakerspost de klant toegang tot de winkel ontzegt, zijn er eigenlijk drie slachtoffers: de klant, de winkel en het algemeen belang van de vrijheid in de rechtsstaat. Dezelfde redenering geldt bij het belemmeren van werkwilligen: ook hier veroorzaakt een ongebreideld stakingrecht à la Cortebeeck drie slachtoffers: de werkgever, de werkwillige werknemer en datzelfde algemeen belang.

Ik snap Luc Cortebeeck wanneer hij fulmineert tegen het oneigenlijk gebruik van een eenzijdig verzocht kort geding dat ingewilligd wordt zonder een tegensprekelijke hoorzitting. Eenzijdige procedures dienen voor uitzonderlijke hoogdringende gevallen. Noch de recente Humo-zaak, noch deze sociale kwestie vallen daaronder. Het is trouwens vreemd dat de werkgever het initiatief moet nemen om de rechten van de werkwillige werknemers te verzekeren. Maar uiteindelijk hielden de vonnissen niet veel meer in dan het principe dat in een rechtsstaat sowieso van kracht zou moeten zijn: als fundamentele rechten geschonden worden, moet ingegrepen worden. Een dwangsom van 1 000 euro per tegengehouden klant of werkwillige vind ik, in vergelijking met de ernst van de vrijheidsberoving, eigenlijk maar een relatief lichte sanctie.

In mijn ogen moet een ongebreidelde staking aanleiding geven tot strafzaken, post factum. Als een stakingspiket werkwilligen het recht ontneemt om effectief te gaan werken, moet de politie dat vaststellen. Wat mij betreft, moet het openbaar ministerie daar achteraf dan in een politierechtbank tegen optreden en boetes vorderen (die de staatskas spekken). Vanzelfsprekend worden in een dergelijke procedure zowel het openbaar ministerie als de aangeklaagde staker(s) gehoord. Werkwillige en werkgever mogen zich eventueel burgerlijke partij stellen, en zouden dan recht hebben op een gelijke schadevergoeding. Elk het dagloon van de tegengehouden werknemer per dag dat hij tegengehouden is, eventueel vermenigvuldigd met een factor (groter dan 1) om ook de bijkomende moeite van een procedure te dekken, lijkt mij billijk. Hetzelfde principe zou dan gelden voor tegengehouden klanten: per vastgestelde tegengehouden klant een strafzaak die tot een boete leidt. Hier zouden zowel winkel als klant zich burgerlijke partij kunnen stellen. De schadevergoeding zou dan de prijs van de beoogde aankoop (maal die factor) kunnen zijn, of indien die niet vastgesteld kan worden: de waarde van een typische aankoop in die winkel.

Als de vakbonden rechtspersoonlijkheid zouden hebben, zouden zij eventueel de beklaagden kunnen zijn. Maar zolang ze zich daar aan onttrekken, zijn de individuele stakers ten volle voor hun stakings(mis)daden verantwoordelijk.

Referenties

Tijdslijn

Schrijf een reactie

november 2008
m D w d v Z Z
« okt   dec »
 12
3456789
10111213141516
17181920212223
24252627282930

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2008. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.