Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Jurydische processen

woensdag 14 januari 2009, 20:00 | Burgerrechten

Gisteren heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg België veroordeeld in de rechtszaak van Richard Taxquet, die op 5 jaar geleden door een volksjury veroordeeld werd voor de moord op André Cools en de poging tot moord op Marie-Hélène Joiret. Het Europees Hof had twee grote bezwaren tegen dat assisenproces: een anonieme getuige werd niet gehoord, en de antwoorden op de schuldvragen werden niet gemotiveerd.[1]

Ik ben een groot voorstander van juryrechtspraak. Ik ben er dan ook niet rouwig om dat de Belgische Grondwet garandeert dat

De jury wordt ingesteld voor alle criminele zaken, alsmede voor politieke misdrijven en drukpersmisdrijven

→ De Belgische Grondwet, art. 150[2]

Door juryrechtspraak wordt een belangrijk stukje macht bij de Natie behouden, van wie zogezegd alle macht zou uitgaan.[3] Je kunt slechts voor criminele zaken, politieke misdrijven en drukpersmisdrijven veroordeeld worden door een jury van min-of-meer-willekeurige medeburgers (peers); en niet door potentieel politiek benoemde beroepsrechters.

Spijtiggenoeg werd dit artikel in 1999 aangepast door er “, behoudens voor drukpersmisdrijven die door racisme of xenofobie ingegeven zijn” aan toe te voegen.[4] Tegenwoordig bestaan er dus twee soorten drukpersmisdrijven: drukpersmisdrijven die niet door racisme of xenofobie ingegeven zijn, waar enkel een volksjury tegen kan optreden; en drukpersmisdrijven die dat wél zijn, waartegen een gewoon rechter kan oordelen. Merk op dat andere discriminerende drukpersmisdrijven (seksistisch, homofoob, discriminerend op basis van leeftijd of handicap, …) tot de eerste categorie behoren. De zinsnede “racisme en xenofobie” wordt tegenwoordig zelfs zodanig geïnterpreteerd dat discriminatie tegen mensen van vreemde afkomst of religie er wél onder vallen, maar discriminatie tegen Vlamingen níét. (Zo geïnterpreteerd is met andere woorden de Grondwet zelf discriminerend.) Deze Grondwetswijziging is een gitzwarte bladzijde op het resumé van de Belgische politieke klasse: zij nam die aanpassing specifiek aan om een veroordeling à la tête du client van het toenmalig Vlaams Blok mogelijk te maken. (En dan nog kwamen er meerdere pogingen bij meerdere rechtbanken, en wat geknoei bij de samenstelling van de zetel in Gent aan te pas.)

Ik moet natuurlijk toegeven dat de garantie op juryrechtspraak bij drukpersmisdrijven ingeperkt werd door een democratisch gestemde Grondwetswijziging. Dat is echter niet het geval bij de inperking van de garantie op juryrechtspraak bij politieke misdrijven; daar kwam de wetgevende macht niet eens aan te pas. De rechterlijke macht herdefinieerde het grondwettelijk begrip “politieke misdrijven” zo eng dat zelfs het niet meewerken aan ongrondwettig georganiseerde verkiezingen, toch één van de meest uitgesproken politieke daden die een (opgeroepen) burger kan stellen, daar niet onder valt.[5]

Jury’s worden normaal gevraagd zich uit te spreken over de feiten (points of fact). Zijn de juryleden er in gemoede van overtuigd dat de beklaagde de feiten heeft gepleegd die de hem ten laste worden gelegd? Maar omdat de juryleden niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor hun uitspraak, hoeven ze niet verplicht slaafs de wet te volgen. Niemand kan een jury tegenhouden een beklaagde onschuldig te verklaren voor een feit waarvan onomstotelijk bewezen is dat de beklaagde ze gepleegd heeft, maar waarvan de juryleden eigenlijk vinden dat ze niet verboden zou moeten zijn. Jury nullification heet dat. In de Verenigde Staten — waar een veel uitgebreidere traditie bestaat van juryrechtspraak — leidde dit in het verleden zowel tot vreselijke dwalingen (blanke jury’s die weigerden de blanke moordenaar van een zwarte te veroordelen, ongeacht de overtuigingskracht van het bewijs) als begrijpelijke antiautoritaire subversie (jury’s die tijdens de Grote Drooglegging stokers en verkopers van alcohol weigerden te veroordelen).

Bewust van de nadelen, lijken mij de voordelen van juryrechtspraak toch zwaarder te wegen.

Assisenprocessen

Ook al ben ik groot voorstander van juryrechtspraak, en groot tegenstander van bovenvermelde inperkingen van juryrechtspraak, toch heb ik een aantal bedenkingen bij het verloop van assisenprocessen.

Eerst en vooral vind ik het onaanvaardbaar dat tegen assisenprocessen geen beroep mogelijk is. Er bestaat een aanvullend protocol aan het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens dat het recht op beroep in strafzaken zou garanderen.[6] Richard Taxquet wou zich ook daar op beroepen, maar kreeg daar geen gelijk.[7] België mag dan wel decennialang geleden dat aanvullend protocol ondertekend hebben, ze heeft het nooit geratificeerd. België is er dus niet door gebonden.

Ten tweede heb ik er een probleem met de vraagstelling: “Zijt gij in gemoede overtuigd van de schuld?” In andere landen (zoals opnieuw de Verenigde Staten) wordt de jury gevraagd of de schuld “boven redelijke twijfel bewezen” is. Dat lijkt mij een betere vraag. Je kunt best “in moede” overtuigd zijn dat iemand schuldig is, goed beseffende dat het bewijs redelijkerwijs betwijfelbaar is. Bijvoorbeeld wanneer de verdediging op de proppen komt met een geloofwaardig alternatief scenario (met een andere dader) dat met elk materieel bewijs consistent is, maar toch minder waarschijnlijk is dan de versie van het openbaar ministerie. Ik vind nog altijd een onschuldige die veroordeeld wordt een ergere aanfluiting van justitie is dan een schuldige op vrije voeten; dus vind ik dat een jury in zo’n geval de beklaagde niet zou mogen schuldig verklaren. Bijgevolg acht ik de huidige vraagstelling problematisch.

Ten slotte heb ik er ook een probleem mee dat in een strafzaak de procureur en rechter dezelfde symbolen bekleden: ze komen samen door dezelfde deur naar binnen, dragen dezelfde toga, en zitten vooraan, bovenaan in de rechtszaal, naast elkaar. Ook al zijn het maar symbolen, volgens mij heeft het openbaar ministerie even weinig recht op de symbolen van de rechtbank als de (advocaat van de) verdediging. Aanklager en verdedigen horen een gelijkwaardige plaats toegewezen te krijgen. Niet alleen symbolisch, maar ook praktisch, zou de verweving tussen staande en zittende magistratuur best wat ontrafeld mogen worden.[8]

Gemotiveerde processen

Toch is het niet omwille van deze redenen dat België een veeg uit de pan kreeg van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het Hof had er namelijk meer problemen mee dat de jury haar uitspraak niet motiveert. En er was natuurlijk ook die kwestie van de niet-gehoorde anonieme getuige.

Ik snap niet helemaal hoe een niet-gemotiveerde beslissing een schending zou zijn van het recht op een eerlijk proces, zoals gegarandeerd door artikel 6, paragraaf 1 van de Europese Verklaring tot Bescherming van de Rechten van de Mens. Dat paragraaf luidt:

Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privéleven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.

→ Europese Verklaring tot Bescherming van de Rechten van de Mens[9]

Ziet iemand in die tekst een verplichting dat een uitspraak gemotiveerd moet worden? Wat heeft de veroordeelde trouwens aan bijkomende uitleg over de schuldigverklaring, als hij toch geen beroep kan aantekenen?

Niet dat ik het erg vind dat het Europees Hof voortaan verplicht dat jury’s hun uitspraak moeten motiveren. De minister van justitie Stefaan De Clerck (CD&V) is gewonnen voor die aanpassing in die richting en wenst een snelle wijziging.[10] Ook ik vind het idee van een verplicht gemotiveerde uitspraak een verbetering. Maar die andere problemen die ik heb met assisenprocessen, vind ik persoonlijk fundamenteler.

Het Hof beschreef natuurlijk wel in haar arrest de redenering waarmee ze tot haar conclusie over verplichte motivatie gekomen is; zo consequent is ze wel. Ik geef haar graag het laatste woord:

Sans au moins un résumé des principales raisons pour lesquelles la cour d’assises s’ est déclarée convaincue de la culpabilité du requérant, celui n’ était pas à même de comprendre — et donc d’ accepter — la décision de la juridiction. Cela revêt toute son importance en raison du fait que le jury ne tranche pas sur base du dossier mais sur base de ce qu’ il a entendu à l’audience. Il est donc important, dans un souci d’expliquer le verdict à l’ accusé mais aussi à l’ opinion publique, au « peuple », au nom duquel la décision est rendue, de mettre en avant les considérations qui ont convaincu le jury de la culpabilité ou de l’ innocence de l’ accusé et d’ indiquer les raisons concrètes pour lesquelles il a été répondu positivement ou négativement à chacune des questions.

Dans ces conditions, la Cour de cassation n’ a pas été en mesure d’ exercer efficacement son contrôle et de déceler, par exemple, une insuffisance ou une contradiction des motifs.

La Cour conclut qu’ il y a eu violation du droit à un procès équitable, garanti par l’ article 6 § 1 de la Convention.

→ Europees Hof voor de Rechten van de Mens[11]

Referenties

Schrijf een reactie

januari 2009
m D w d v Z Z
« dec   feb »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2009. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.