Ex-excommunicatie
Er is een tijd geweest dat iedere vereniging katholiek-christelijk geïnspireerd was — of dat niet was. De verenigingen die zich niet zich ook openstelden tot niet-katholieken, noemden zich “vrij”, “neutraal”, “open”, en/of ”pluralistisch” en bepaalden statutair open te staan voor “mensen van elke geloofsovertuiging of levensbeschouwing”. Ze waren dus zeker bereid om christenen in hun clubjes op te nemen. Maar de liefde was niet wederzijds. Pluralisme kon niet onschuldig of neutraal zijn. Vanop de preekstoel werd de kudde gepredikt dat “pluralistisch” een synoniem is voor “goddeloos”. En goddelozen waren infréquentables, daar ging je als rechtgeaard katholiek niet mee om.
Natuurlijk is de scouts een positieve tijdsinvulling, maar ons kind gaat er toch niet met ketters in contact komen? Een dergelijke mentaliteit leidde tot pluralistische jeugdbewegingen naast katholieke jeugdbewegingen, naast het gemeenschapsonderwijs ook het vrij gesubsidieerd katholiek onderwijs, naast vrije ziekenfondsen ook de Christelijke Mutualiteiten, naast het Willemsfonds ook het Davidsfonds, naast de socialistische beweging ook een katholieke, anti-socialistische (dus anti-goddeloze) werknemersvereniging.
Met het afbrokkelen van de invloed van de Éne Heilige Universele Katholieke Apostolische Roomse Kerk verdween ook die verzuilingsmentaliteit. Reeds decennia ligt die achter ons, gelukkig maar. De verenigingen en structuren die erdoor ontstaan zijn, getuigen nog steeds van het vroegere hokjesdenken.
Maar het hokjesdenken steekt weer de kop op, al is het deze keer met andere hokjes. Van het christelijk geloof gaat er in onze streken geen enthousiasmerende kracht meer uit. Maar we hoeven we nog steeds niet voor onszelf te denken, tegenwoordig doet de Linkse Kerk dat wel in onze plaats.