Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Kopiëren toegestaan

zaterdag 14 maart 2009, 20:00 | Vrije informatie

De Europese Parlementsleden hebben voor dinsdag 24 maart 2009 een stemming over een verlenging van de copyrighttermijnen voor muziek, op de agenda staan. Het voorstel[1] zal, indien aangenomen, geluidsopnames onder copyright nog één à twee generatie langer aan het publieke domein onttrekken. Dat de Europese Commissie schaamteloos zo ’n voorstel voor een richtlijn dat zo overduidelijk lijnrecht indruist tegen de belangen van alle Europese burgers, bedroeft mij. Als het Europees Parlement dit onding zou goedkeuren, zou ze haar electoraat op schandalige wijze bedriegen; en dat vlak onder de neuzen van die kiezers, die er ongeïnformeerd bij staan. Want dat de gezamenlijke media in alle Europese lidstaten deze (en andere) Europese belangrijke besluitvorming zo oorverdovend doodzwijgen, toont aan dat de Unie nog een lange weg af te leggen heeft om haar democratisch deficit op te vullen, en de kloof tussen Europees burger en politiek te overbruggen.

Iers Commissielid Charlie McCreevy (Fianna Fáil/AEN) verdedigt het voorstel dat hij indiende met de dooddoener dat het de toekomst van de uitvoerende artiesten veilig stelt:

once copyright protection for sound recordings has ended, performers no longer receive any income from their sound recordings. For session musicians and lesser known artists that means that income stops when performers are at the most vulnerable period of their lives (retirement).

→ Europees Commissielid Charlie McCreevy (Fianna Fáil/AEN)[2]

Met deze retoriek slalomt hij rond de feiten heen: inkomsten van artiesten vloeien hoofdzakelijk voort uit contracten met platenlabels; niet uit de auteursrechten, die meestal bij de labels terechtkomen. Schattingen in de effectbeoordeling[3] van de Commissie zelf suggereren dat 90 % van de extra inkomsten die deze verlenging van de termijn, bij de grote corporate spelers in de muziekindustrie zal terechtkomen[4] (en dan vooral de 4 grootste multinationals die de waardevolste opnames dan de jaren ’60 controleren: Universal, Warner, Sony en EMI). 9 % vertegenwoordigt extra royalty’s voor de 20 % bestverkopende topartiesten. Nauwelijks een honderste van de extra ontvangsten zouden bij de “gewone” Europese uitvoerende artiest belanden. Hun pensioentje waar McCreevy over sprak, wordt hiermee niet significant mee aangevuld: voor hen gaat het om minder dan 27 euro per jaar.

Dat het om dergelijke lage bedragen gaat, hoeft niet te verwonderen. Voor het overgrote deel van alle professionele werken, ongeacht of het nu gaat om audio, video, beeld of literatuur, wordt de quasi-totaliteit van de opbrengsten in de eerste 6 jaar na publicatie gegenereerd. Met ieder jaar dat de beschermingstermijn langer wordt, is de gegenereerde marginale meerwaarde steeds meer verwaarloosbaar.

Aan de andere kant van de financiële stroom staan de betalers. 100 % van de nadelen en kosten zullen terechtkomen bij de consumenten, de muziekliefhebbers evenals de hedendaagse artiesten (die natuurlijk evengoed muziekconsument zijn en) die ons de muziek uit het cultureel erfgoed willen spelen, coveren, hergebruiken, herinterpreteren, remixen, … ongeacht of ze de oude melodieën nu verbeteren, verjongen of verkrachten.

In de effectbeoordeling worden de nadelen voor de consument bewust onderschat met het argument dat empirische studies zouden aangetonen dat muziek waarvan de copyright verlopen is in de handel toch niet noodzakelijk significant goedkoper zijn dan muziek onder copyright. Dat muziek in het publiek domein wettelijk ook vrij en zonder restricties via andere kanalen verspreid kan worden — ooit al van het Internet gehoord? — wordt daarbij handig over het hoofd gezien.

Evenmin staat de effectbeoordeling er voldoende bij stil dat naast financiële kosten ook andere, misschien wel belangrijkere, nadelen spelen. De verplichting om telkens weer toelating te krijgen om een werk onder copyright te mogen hergebruiken (om de rechten te clearen, in goed Nederlands) is een serieuze hinderpaal voor de creatieve geesten om op de culturele fundamenten uit het verleden en in ons collectief geheugen, verder te kunnen bouwen. De culturele diversiteit waarvan we zouden kunnen genieten als de copyrightgeving niet zo tergend draconisch was, zou wel eens onze stoutste dromen kunnen overstijgen. Met ieder jaar dat de beschermingstermijn langer wordt, worden de artistieke beperkingen (voor wie binnen de grenzen van de wet wil blijven) steeds verstikkender. Naarmate de copyrighttermijn langer wordt, groeit ook de kans dat de eigenaar van de rechten niet meer op te sporen valt. Een werkbare regeling hoe we deze culturele weeswerken (orphan works) niet verloren laten gaan, ontbreekt volledig.

Academische consensus

De academische wereld is quasi-unaniem in haar beoordeling van dit voorstel: negatief![5] (Zo ’n argumentum ad verecundiam is natuurlijk geen valabel argument op zich, maar dat is geen reden om de meningen van de grote namen ongehoord te laten.)

Middel en doel

Copyright is geen natuurrecht. Integendeel: de vrijheid van meningsuiting is er rechtstreeks mee in tegenspraak. Ideeën, expressies, melodieën en muziek zijn –in tegenstelling tot tastbare goederen– niet schaars en niet rivalitair (non-rivalrous). Als ik een kopie van uw muziekbestand maak, verhindert dat niet dat u verder naar uw muziekbestand kunt blijven luisteren. Bijgevolg is het concept “intellectuele eigendom” zeker niet vanzelfsprekend.

If nature has made any one thing leſs ſuſceptible than all others of excluſive property, it is the action of the thinking power called an idea, which an individual may excluſively poſſeſs as long as he keeps it to himſelf; but the moment it is divulged, it forces itſelf into the poſſeſſion of every one, and the receiver cannot diſpoſſeſs himſelf of it. Its peculiar character, too, is that no one poſſeſſes the leſs, because every other poſſeſſes the whole of it. He who receives an idea from me, receives inſtruction himself without leſſening mine; as he who lights his taper at mine, receives light without darkening me.

→ Thomas Jefferson[6]

Doorheen de geschiedenis van de mensheid was het vanzelfsprekend dat gepubliceerde werken niemands “eigendom” konden zijn. De oudheid, de middeleeuwen, de renaissance, … kenden geen auteursrecht, waardoor alle kunstenaars (en wetenschappers, en andere professionele denkers) zich door andermans werken konden laten inspireren, en die desgewenst tot in detail te kopiëren, zonder daar toelating toe te moeten verkrijgen. Men kan verder zien door op de schouders van reuzen te staan, weet u wel.

In de 15e eeuw bracht Johannes Gutenberg een omwenteling teweeg in de kopieertechniek in Europa. Waar voorheen kopiëren met de hand gebeurde, en het werk dat daarvoor nodig was vrij evenredig was met het aantal gemaakte kopieën, bracht de boekdrukkunst de mogelijkheid tot het verspreiden van teksten en figuren op grote schaal. Vier eeuwen later deed de fonograaf van Thomas Edison hetzelfde voor geluid en muziek.

Begin 18e eeuw groeide de gedachte dat er voor creatieve geesten misschien te weinig incentives bestaan om goede werken te maken. Met het oogpunt het culturele erfgoed te verrijken, werd (onder voorwaarden) aan auteurs het tijdelijk monopolie om hun eigen werk te (laten) publiceren verleend. In de eerste echte copyrightwet, the Statute of Anne[7], was de termijn 14 jaar, éénmaal vernieuwbaar. De Amerikaanse Grondwet gaf het Congres expliciet de mogelijkheid (maar niet de verplichting) hetzelfde te doen, maar dan wel enkel met dat oogpunt voor ogen: enkel om de Vooruitgang van de Wetenschap en de nuttige Kunsten te bevorderen.

The Congreſs shall have Power (…)

To promote the Progreſs of Science and useful Arts, by securing for limited Times to Authors and Inventors the exclusive Right to their respective Writings and Discoveries

→ Grondwet van de Verenigde Staten, artikel 1, sectie 8, clausule 8[8]

Redelijke copyright, beperkt in tijd, is een mogelijk middel; een rijke cultuur is het doel. De creatieve makers van inkomsten voorzien was dus geen doel op zich! In 1790 maakte het Congres ook van deze macht gebruik,[9] en reguleerde net als het Verenigd Koninkrijk een copyrighttermijn van 14 jaar, éénmaal verlengbaar.

Bovendien was enkel het ongeoorloofd herpubliceren van het volledige werken verboden, mogelijkheden tot fair use waren alom tegenwoordig. Een tekstje manueel overschrijven of navertellen (al dan niet publiekelijk) vormde toen geen enkel probleem.

In die tijd moesten de aspirant-rechthebbenden trouwens expliciet copyright voor hun werken aanvragen. Sinds de Conventie van Bern[10] is bescherming echter automatisch. Als een auteur er geen aanspraak op wil maken, zet hij dat er best zelf expliciet bij. Ik hoef u niet uit te leggen dat automatische bescherming het probleem van de weeswerken (orphan works) niet vereenvoudigt.

18e-eeuwse denkers verdedigden de copyrightwet als een goede deal (de copyright bargain) tussen het publiek en de auteurs. Het publiek gaf haar natuurrecht andermans ideeën te kopiëren tijdelijk af, en kreeg in ruil de voordelen van een culturele omgeving waarin meer werken geschreven en gepubliceerd zouden worden. Aangezien een drukpers een dure aangelegenheid was, en slechts een handvol (rijke) drukkers er één hadden, was het weggeruilde natuurrecht louter theoretisch. In principe mocht het dan wel zo zijn dat iedereen voordien het recht had alles zo maar te publiceren, in de praktijk had het overgrote deel van het publiek daar helemaal de middelen niet toe. Vandaar dat de deal zo voordelig was.[11]

Copyright vandaag

Vandaag is de context een heel stuk verschillend. Vandaag heeft het grote publiek wél kopieermachines, iPods en computers met toegang tot het Internet. Vandaag is de technologie om gepubliceerde werken te kopiëren wél massaal voor handen. Daar waar het grote publiek in de 18de eeuw iets voor niets kreeg in de deal, verbiedt de copyrightwetgeving vandaag wél mogelijke handelingen. Handelingen die het publiek bovendien ook effectief liever zou doen.

In deze nieuwe context zou een nieuw evenwicht moeten ontstaan tussen de rechten van het publiek en de incentives aan artiesten om de cultuur te verrijken. Volgens de oorspronkelijke logica en verantwoording van copyright, zou een dergelijk nieuw evenwicht dichter aan de kant van het publiek zou moeten liggen, daar die vandaag wél iets opgeeft (waar dat vroeger niet zo was). Met andere woorden: kortere copyrighttermijnen, minder verregaande voorwaarden, meer fair use.

En zelfs wie de illusie koestert dat hogere incentives nodig zijn om ook in de toekomst culturele werken van hoge kwaliteit te zien bloeien, moet toch beseffen dat die incentives niet zullen werken met terugwerkende kracht. De artiesten van een halve eeuw geleden, velen onder hen zijn ondertussen al dood, zullen heus niet in de tijd terugkeren om meer en betere muziek te produceren, als hun erfgenamen decennia langer van hun royalty’s zullen kunnen genieten.[12]

Desondanks evolueert de wetgeving in de verkeerde richting. Het publiek, de burgers, zijn hier alvast geen vragende partij voor. De verlenging van copyrighttermijnen komt alleen de grote, machtige spelers ten goede. De vaststelling dat ze er in slagen hun cultuurvernietigende voorstellen ter stemming te krijgen, zegt meer over de onwil of onmacht van de politiek om het algemeen belang te verdedigen, dan over de merites van hun voorstellen. Voor alvast één jurist van wereldformaat was de strijd tegen de excessen in het domein van de intellectuele eigendom alvast de springplank en de aanleiding om zich voortaan met de strijd tegen corruptie in de politiek bezig te houden.

In de trukendoos van de medialobby zit ook misleiding in naam van harmonisatie. Deze keer luidt de verantwoording dat copyright op muziek tussen de lidstaten geharmoniseerd moet worden, en met copyright op (werken met) teksten geharmoniseerd moet worden;[13] een andere keer moet de Europese wetgeving geharmoniseerd worden met de Amerikaanse, of omgekeerd. Maar in de opeenvolgende voorstellen schiet iedere trede op één of ander punt het zogenaamde doel van “harmonisatie” voorbij, waarop in een ander segment van de culturele sector of aan de andere kant van de oceaan dan weer om een volgende stap in “harmonisatie” geroepen wordt. De enige constante: telkens blijven de ladders out-of-sync. En uiteraard worden alleen voorstellen die de verkeerde richting blijven uit gaan (die termijnen verlengen, fair use inperken, …) in overweging genomen.

In toenemende mate voert het publiek, de jonge generatie nog het meest, haar protest niet meer via de politiek (die zich toch voor de kar van de grote belangengroepen laat spannen) maar inciviek door de verstrekkende en verstikkende wetgeving massaal en frequent met de voeten te treden. Draconische copyrightwetgeving maakt en masse misdadigers van de jeugd. Aan de ene kant van het universum van copyrightovertredingen heb je de praktijk van het “gewone” illegale kopiëren, zonder toegevoegde waarde. Maar aan het andere eind heb je de echte creatieve geesten van de nieuwe generatie, die op de fundamenten van het cultureel erfgoed verderbouwen, ook al mag dat niet (zonder toestemming). Remix is een belangrijke en cultureel waardevolle vorm van expressie; de technieken van kopiëren en bewerkingen zijn de basisvaardigheden van morgen, zoals lezen en schrijven dat zijn vandaag.[14]

Dat de strijd niet meer via de politiek gevoerd wordt, is niet helemaal juist. Als tegenvoorbeeld kan de Zweedse Piratpartiet, een partij voor wie de strijd tegen intellectuele eigendom de core business is, wel tellen. Maar Piratbyrån bewijst dan weer met the Pirate Bay (ondertussen grotendeels onafhankelijk van Piratbyrån) dat de eerste aanpak (de politiek) de tweede aanpak (illegaal kopiëren) niet uitsluit.

Referenties

Aanpassing-correctie

Saint Patrick’s Day, dinsdag 17 maart 2009, 18:00

Maandag 23 maart 2009 staat het debat over dit voorstel op het programma van het Europees Parlement, maar de stemming wordt pas op dinsdag 24 maart verwacht.

Post scriptum

donderdag 19 maart 2009, 12:00

Het debat en de stemming zijn uitgesteld. Het plan nu is dat trialoog tussen de Europese Commissie, de Raad en het Parliament eind deze maand zal moeten uitwijzen of hier nog voor de Europese verkiezingen over gestemd wordt, mogelijks met een compromistekst.

Reacties

Reactie van Peter Dedecker
Datum: zondag 15 maart 2009, 01:49

Ik had het ook al eens ergens opgevangen, maar dacht (en hoopte) dat het boeltje een stille dood gestorven was. Mooi niet dus. Hopelijk komen hier protesten tegen.

Pingback van Ram copyright
Datum: maandag 17 augustus 2009, 19:30

[…] Vandaag hinderen copyright en patenten het doel waartoe ze in het leven geroepen zijn: “to promote the Progreſs of Science and useful Arts

Schrijf een reactie

maart 2009
m D w d v Z Z
« feb   apr »
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
3031  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2009. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.