Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Ons klein landje

dinsdag 21 april 2009, 12:00 | Vlaanderen in Europa

Deze tekst verschijnt vandaag in Den Borluut.

België is al zo klein; waarom zouden we het dan nog eens opsplitsen?

Hoe vaak duikt dit zogenaamd “argument” tegen de Vlaamse onafhankelijkheidsgedachte niet op? Het is eigenlijk niet zo vreselijk moeilijk deze drogreden te weerleggen; met deze tekst probeer ik het op mijn manier. Jammer genoeg blijkt het wel moeilijk om deze dooddoener definitief uit te roeien: hij komt steeds opnieuw opsteken en blijkt daarin weerbarstiger dan het ergste onkruid.

Laat ons met de premisse beginnen. Is Vlaanderen (en is België) wel zo klein? Toegegeven, geografisch zijn we misschien slechts een speldenprik groot op de lappendeken van de wereldkaart. Vlaanderens grondgebied bedraagt 13 684 km², dat van België is 30 500 km² klein. Dat is eerder aan de onderkant van het landenklassement. Maar er bestaan heus meer pertinente criteria om na te gaan hoe “groot” een land is.

Bevolking bijvoorbeeld. Meer dan de helft van ’s werelds onafhankelijke landen telt minder zielen dan Vlaanderen met haar 6,2 miljoen inwoners. Dat heeft geen negatief effect op hun welvaart, integendeel: in de top-10 van de meest welvarendste landen (in BBP per capita) vormt de Verenigde Staten het enige “groot” land — en dat land is politiek sterk gefederaliseerd.[1] Wereldwijd is de correlatie tussen BBP per capita en de bevolking zelfs significant negatief: –6 %. Met andere woorden: hoe groter een land, hoe lager de welvaart, gemiddeld genomen.

Nu bewijst correlatie niet noodzakelijk een causaal verband. Uit dit cijfer de conclusie trekken dat we moeten terugkeren naar kleine stadstaten,[2] zou overhaast zijn. Maar het negatief verband is heus geen toeval!

Economisch is Vlaanderen niet echt klein. In de landenlijst geordend per BBP, zou Vlaanderen vandaag (als ze onafhankelijk zou zijn) de 30e plaats innemen. En Vlaanderen kan nóg beter, al zal ze daartoe wel een sterker en doeltreffender (economisch) beleid moeten voeren. Net daar wringt het schoentje…

Politieke onafhankelijkheid is geen fetish. Politiek kan nooit een doel op zich zijn; politiek is een middel om maatschappelijke problemen aan te pakken. Om dat zo efficiënt mogelijk te doen, regelt men best de bevoegdheden op het gepaste niveau.[3]

Dogma’s als decentralisatie of centralisatie kunnen nooit het volledige antwoord zijn. Industrieën met industriële wereldspelers reguleren, doe je niet op gemeentelijk niveau; en over de aanleg van een fietspad aan de Kerkstraat verwacht ik geen gefundeerd debat en geïnformeerde beslissing op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties.

Het antwoord ligt dus op een gulden middenweg, die bovendien per bevoegdheid elders kan liggen. Maar hoe bepaal je nu die optimale middenweg(en)? Door de schaalvoordelen (die groter worden bij centralisatie) af te wegen tegen de heterogeniteitskosten (die kleiner worden bij decentralisatie).[4]

Zijn er dan schaalvoordelen in de politiek? Natuurlijk. De kostprijs van een administratie is vaak niet lineair evenredig met de bevolking van het gebied waar ze haar autoriteit over uitoefent. Centralisatie brengt vaak een lagere prijs per inwoner (per belastingbetaler) met zich mee, ondanks een sterkere neiging naar bureaucratische logheid. Een grote gemeenschappelijk markt met overal dezelfde regelgeving creëert welvaart. En in economieën met wereldspelers hebben enkel overheden met voldoende kritische massa nog voldoende macht om effectief te kunnen reguleren.

Daartegenover staan dus heterogeniteitskosten. Hierin maak ik onderscheid tussen kosten die ontstaan doordat de feitelijke omstandigheden verschillen, en kosten die voortvloeien uit het gemeenschappelijk besturen verschillende naties. Bij dat laatste speelt in de Belgische context het feit dat Vlaanderen en Wallonië 2 verschillende naties vormen.

Het eerste heterogeniteitsprincipe zou vanzelfsprekend moeten zijn, maar is het in de praktijk niet. Radicaal verschillende situaties en maatschappelijke problemen vragen om aangepaste politieke aanpak. Een dokter zal toch ook nooit 2 verschillende patiënten met 2 verschillende symptomen en 2 verschillende aandoeningen dogmatisch met dezelfde therapie behandelen? Dit metafoor is misschien een afgezaagd cliché, maar zij blijft een treffende beeldspraak. Om aan te tonen hoe diep de socio-economische verschillen wel zijn, is dit opiniestuk te kort; maar aan literatuur hierover is er geen gebrek.[5]

Maar zelfs waar de problemen wel gelijkaardig zijn, kan de ideale aanpak verschillen. Vlamingen en Walen zijn twee volkeren die naast elkaar leven, verschillende media raadplegen, los van elkaar het maatschappelijk debat voeren, en nauwelijks naar elkaar luisteren. Ze verschillen in volksaard, mentaliteit en visie. Dat hoeft helemaal geen probleem te vormen — als ze maar hun eigen politiek kunnen voeren. Het is ook geen schande: van elkaar verschillen is niets om beschaamd over te zijn.

Het eerste principe is algemeen, schaalblind, en kan gerust voor iedere bevoegdheid een ander optimaal niveau opleveren. Het tweede principe suggereert echter dat er een natuurlijk niveau bestaat om het gros van de politieke beslissingen op te beslechten: de natie, van waaruit maatschappelijke discussie de politiek kan sturen. In ons geval: Vlaanderen.

Natuurlijk zijn er problemen die Vlaanderen niet alleen kan oplossen. Maar Vlaanderen kan altijd samenwerken, hetzij via bi- en multilaterale verdragen, hetzij via supranationale samenwerkingsverbanden. Desnoods ook met Wallonië, als we aan beide kanten van de taalgrens daar gemeenschappelijk voordeel in zien. Maar dergelijke samenwerking moet vrijwillig zijn, en op basis van duidelijke en transparante afspraken. Blanco cheques waarop niet eens een verantwoording komt hoe de middelen besteed worden, horen daar niet bij.

Het Belgische federale niveau kampt met de nadelen van beide werelden. België is qua bevolking slechts een factor 1,7 groter dan Vlaanderen; eventuele bijkomende schaalvoordelen zijn grotendeels verwaarloosbaar. Tegelijkertijd is de tegenstelling Vlaanderen–Wallonië enorm en zijn de daarmee gepaard gaande heterogeniteitskosten (van beide types) navenant. België is te klein voor de grote problemen, maar te gespleten voor de gewone. Het gevolg kan men iedere dag vaststellen: in de mate dat de politieke macht op federaal vlak ligt, kunnen we genieten van slechte compromissen, grote blokkeringen en constante bestuursloosheid. Hoge belastingen om de masochisten van vandaag tevreden te stellen, en een gigantische staatsschuld om die van de volgende generaties mee zoet te houden.

En als het dan eens crisis is, wordt pas helemaal duidelijk dat België “het” gewoon niet kan. Erg is dat niet, ware het niet dat Vlaanderen “het” vandaag niet mag.

De gevolgen hiervan merken we dagelijks: in het gezinsbeleid, in de migratiepolitiek (of het gebrek eraan), in de werkgelegenheid (of het gebrek eraan), op onze belastingsbrief (daaraan geen gebrek), … Vlaamse zelfstandigheid zal die problemen niet automatisch oplossen. Maar zonder zal het nooit lukken.

Voetnoten

Referenties

  • [4] Alberto Alesina en Enrico Spolaore, The Size of Nations, Cambridge, Massachusetts: MIT Press, december 2003, 271 blz.
  • [5] Hint: Denkgroep In de Warande, Manifest voor een Zelfstandig Vlaanderen in Europa (het Warandemanifest), Brussel: In de Warande, november 2005, 256 blz.

Tijdslijn

Reacties

Pingback van In necessariis diversitas
Datum: dinsdag 22 december 2009, 22:00

[…] Ik schreef eerder reeds over de vraag hoe men dan wel het optimaal beleidsniveau per bevoegdheid kan bepalen. […]

Schrijf een reactie

april 2009
m D w d v Z Z
« mrt   mei »
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
27282930  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2009. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.