De tip van de sluier
Het hoofddoekendebat laait weer op. In Versailles heeft president Nicolas Sarkozy gezegd dat de burqa niet welkom is op het grondgebied van de Franse republiek.[1] De directies van de Koninklijke Athenea van Antwerpen en Hoboken, twee van de weinige scholen in de buurt waar nog geen hoofddekselverbod geldt, willen vanaf volgend schooljaar ook een verbod invoeren.[2] Echt geciviliseerd verloopt het debat niet: de verwijten worden vrolijk heen en weer geslingerd. Tegenstanders van het hoofddekselverbod op school (vooral ter linkerzijde) beschuldigen voorstanders van islamofobie en racisme[3]; zij die de verdediging opnemen van de directies van de Athenea zien de pleiters voor een hoofddoekenverbodverbod[4] als idioten die vol dhimmitude de vijfde colonne uitmaken van de dreigende islamisatie.[5] Terecht wijst Bart De Wever (N-VA) erop dat linkse intellectuelen andere maten en gewichten hanteren voor de gevoeligheden en gebruiken van christenen en die van moslims.[6] En terecht wordt de oproep van imam Nordin Taouil vrij algemeen bekritiseerd.[7] Maar dat beslecht op zich de legitieme discussie niet. In de discussie spelen namelijk heel wat legitieme principes: scheiding van kerk en staat, burgerrechten, tolerantie, gelijkheid van man en vrouw, de rechten van werkgever en de vrijheid van het pedagogisch project van scholen. De evenwichtsoefening hiertussen is niet eenvoudig. Maar moeilijk gaat ook: dit is mijn visie.
De kleren maken de man of vrouw. Uiterlijkheden dragen, bewust of onbewust, een boodschap uit. Een petje en/of lintje in de Overpoortstraat wijst erop dat de drager lid is van een studentenvereniging; de kleuren ervan vertellen de kenners in één oogopslag bovendien welke studentenvereniging. Supporters van allerlei sportlui en -clubs verdedigen met trots hun kleuren met hun sjaals, hun truitjes en soms zelfs hun pruiken. Een ring waarschuwt dat pogingen om de drager te versieren tot mislukken gedoemd zijn; het hart begeert reeds een ander. Een kruisteken beklemtoont dat de drager christelijk is. Veiligheidsspelden en specifieke haartooi verraden een voorliefde voor punk. Met een habijt verkondigen nonnen en andere geestelijken hun geestelijkheid (en grappenmakers hun geestigheid). Kortom, kledij is een vorm van communicatie, en kan aangewend worden om de individuele identiteit mee uit te drukken en om meningen mee te uiten. Zo zijn er ontelbare T-shirts in omloop die, al dan niet subtiel, een politieke stellingname (“George W. Bush: International terrorist”) of een levensbeschouwelijke boodschap (“Jesus saves!”, “God hates fags!”) uitdragen.