Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

De tip van de sluier

dinsdag 30 juni 2009, 21:00 | Allerlei, Burgerrechten

Het hoofddoekendebat laait weer op. In Versailles heeft president Nicolas Sarkozy gezegd dat de burqa niet welkom is op het grondgebied van de Franse republiek.[1] De directies van de Koninklijke Athenea van Antwerpen en Hoboken, twee van de weinige scholen in de buurt waar nog geen hoofddekselverbod geldt, willen vanaf volgend schooljaar ook een verbod invoeren.[2] Echt geciviliseerd verloopt het debat niet: de verwijten worden vrolijk heen en weer geslingerd. Tegenstanders van het hoofddekselverbod op school (vooral ter linkerzijde) beschuldigen voorstanders van islamofobie en racisme[3]; zij die de verdediging opnemen van de directies van de Athenea zien de pleiters voor een hoofddoekenverbodverbod[4] als idioten die vol dhimmitude de vijfde colonne uitmaken van de dreigende islamisatie.[5] Terecht wijst Bart De Wever (N-VA) erop dat linkse intellectuelen andere maten en gewichten hanteren voor de gevoeligheden en gebruiken van christenen en die van moslims.[6] En terecht wordt de oproep van imam Nordin Taouil vrij algemeen bekritiseerd.[7] Maar dat beslecht op zich de legitieme discussie niet. In de discussie spelen namelijk heel wat legitieme principes: scheiding van kerk en staat, burgerrechten, tolerantie, gelijkheid van man en vrouw, de rechten van werkgever en de vrijheid van het pedagogisch project van scholen. De evenwichtsoefening hiertussen is niet eenvoudig. Maar moeilijk gaat ook: dit is mijn visie.

De kleren maken de man of vrouw. Uiterlijkheden dragen, bewust of onbewust, een boodschap uit. Een petje en/of lintje in de Overpoortstraat wijst erop dat de drager lid is van een studentenvereniging; de kleuren ervan vertellen de kenners in één oogopslag bovendien welke studentenvereniging. Supporters van allerlei sportlui en -clubs verdedigen met trots hun kleuren met hun sjaals, hun truitjes en soms zelfs hun pruiken. Een ring waarschuwt dat pogingen om de drager te versieren tot mislukken gedoemd zijn; het hart begeert reeds een ander. Een kruisteken beklemtoont dat de drager christelijk is. Veiligheidsspelden en specifieke haartooi verraden een voorliefde voor punk. Met een habijt verkondigen nonnen en andere geestelijken hun geestelijkheid (en grappenmakers hun geestigheid). Kortom, kledij is een vorm van communicatie, en kan aangewend worden om de individuele identiteit mee uit te drukken en om meningen mee te uiten. Zo zijn er ontelbare T-shirts in omloop die, al dan niet subtiel, een politieke stellingname (“George W. Bush: International terrorist”) of een levensbeschouwelijke boodschap (“Jesus saves!”, “God hates fags!”) uitdragen.

Ik ben een groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting. Wie oprecht op zoek is naar de waarheid, naar politieke en levensbeschouwelijke opvattingen en een Weltanschauung waarin hij zich kan vinden, die moet daartoe alle meningen kunnen horen verdedigen door zij die ze hartstochtelijk verdedigen.[8] Om die reden hoort de vrije meningsuiting voor iedereen te gelden, óók voor diegene met meningen waar we niet mee akkoord gaan. Dus óók voor racisten. Óók voor negationisten. Óók voor gelovigen. Óók voor moslims.

En gezien uiterlijkheden ook een mening kunnen uitdragen, hoort voor iedereen evenzeer vrije klederdracht te gelden. Hoofddoeken, keppeltjes, arafatsjaals, T-shirts met het logo van politieke partijen, uniformen van aangebrande organisaties: iedere burger hoort de vrijheid te hebben te dragen wat hij of zij verkiest.

Als de overheid hier uitzonderingen op wil maken, moet ze in staat zijn die voldoende onderbouwd te motiveren. Zo kan ik begrijpen dat een overheid, om veiligheidsredenen, de betreders van de openbare ruimte verplicht het gezicht onbedekt te houden. Hierdoor wordt zowel het dragen van carnavalsmaskers als van burqas en niqabs (waarbij ook het gezicht bedekt is, op uitzondering na van een spleetje voor de ogen) verboden. Zo ’n verbod uitbreiden tot alle hoofddeksels, is dan weer overduidelijk te verregaand om nog door het beoogde (veiligheids)objectief gerechtvaardigd te kunnen worden.

Terloops: als de overheid naaktlopen en exhibitionisme wil verbieden, heeft ze ook evenzeer gegronde redenen voor nodig. Die zijn er volgens mij niet echt. Dat sommige mensen gechoqueerd reageren, volstaat hoegenaamd niet, net zomin als het volstaat dat sommige mensen zich beledigd zouden kunnen voelen om bepaalde meningsuitingen te verbieden. Naaktheid kan net zo goed als kledij een boodschap verkondigen, al is die wel polyinterpretabel: het kan een politiek statement zijn, of reclame voor een film. Misschien wil de naaktloper gewoon choqueren. Of misschien geniet zij of hij gewoon van de streling van de wind.

De vrijheid van meningsuiting — en bijgevolg de vrijheid van klederdracht — zou moeten gelden voor iedereen. Maar gelden die vrijheden ook altijd en in alle omstandigheden? Neen.

Werk

Zo kan de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van klederdracht op het werk ingeperkt worden. Werkgevers kunnen van hun werknemers tijdens de werkuren bepaalde standaarden van voorkomen verlangen, indien dat duidelijk afgesproken is in het arbeidscontract. Dit geldt zeker als die werknemers professioneel met niet-collega’s (klanten, leveranciers, pers, …) in contact komen. Die opgelegde normen kunnen los zijn (deftige, voorkomende, neutrale kledij, …) of heel strikt (uniform).

Ook de overheid kan in sommige gevallen de kledij op het werk in de privé-sector reglementeren, als ze daar gegronde redenen voor heeft. Zo kan ze haarnetjes verplichten aan iedereen die professioneel met voedsel in contact komt, en veiligheidskledij in sectoren met een hoog risico op arbeidsongevallen.

Verder moet de overheid neutraal zijn tegenover de burger. Daaruit volgt dat iedereen die namens de overheid in officiële hoedanigheid met het publiek in contact komt, die neutrale overheid moet uitdragen. Dat betekent: neutraal, deftig voorkomen, voldoende zedig naar geldende maatschappelijke normen, dus geen uitdagende kledij, geen religieuze symbolen, geen partijpolitieke symbolen, geen studentenkringpetjes en -lintjes, geen scoutsuniform. De overheid heeft niet alleen het recht (zoals andere werkgevers) maar zelfs de plicht deze normen op te leggen, althans aan die ambtenaren die met het publiek in contact komen, of ze nu in de gemeentelijke diensten werken, bij het OCMW of bij hogere overheidsinstellingen. Als werkgever heeft de overheid bovendien het recht nog strengere normen te hanteren. Zo legt ze haar politieagenten en militairen in bepaalde omstandigheden uniformplicht op.

Onderwijs

Net zoals de burger recht heeft op dienstverlening door een neutrale overheid, heeft de schoolgaande jeugd recht op onderwijs in neutrale scholen. Voor de onderwijzers in het gemeenschapsonderwijs zou volgens mij dezelfde regels moeten gelden als voor ambtenaren die met het publiek in contact komen: neutraal, deftig voorkomen, voldoende zedig naar geldende maatschappelijke normen, dus geen uitdagende kledij, geen religieuze symbolen, geen partijpolitieke symbolen. Voor de scholen van het vrij gesubsidieerd onderwijs behoort de keuze welke kledingsnormen van de leerkrachten verwacht worden toe aan de directie en de inrichtende macht. De beslissing kan namelijk deel uitmaken van de invulling van het pedagogisch project.

Het recente hete hangijzer bewaar ik voor het laatst. Kan de vrijheid van klederdracht in het onderwijs ook ingeperkt worden voor de leerlingen?

Geldt de vrijheid van meningsuiting eigenlijk wel voor leerlingen op school? Niet echt. De meeste schoolreglementen stipuleren dat van leerlingen verwacht wordt dat ze stil zijn tijdens de les, en enkel spreken wanneer de leerkracht dat van hen verlangt (en dan nog alleen over het onderwerp en in de taal dat door de leraar opgelegd is).

Nu kan men hier tegen opwerpen dat leerlingen die babbelen de les verstoren, in tegenstelling tot leerlingen die sluiers en andere (religieuze) symbolen dragen. Het eerste zou dus gerechtvaardigd zijn, het tweede niet.

Toch is de vrijheid van klederdracht op veel scholen al langer beknot. Schooluniformen komen dan wel steeds minder voor, maar nog steeds schrijven verschillende schoolreglementen vestimentaire regels voor. Zelf zie ik geen fundamenteel onderscheid tussen de verplichting deftige kledij te dragen en het verbod op hoofddeksels. Als het eerste toegelaten is, dan het tweede ook. En omgekeerd: als we de scholen verbieden hoofddeksels te verbieden, moeten de scholen dan ook op vestimentair gebied alles van hun leerlingen toelaten. Inclusief puntkapsels, travestie, nazi-uniformen, adamskostuums. Het principe van vrije meningsuiting via vrije klederdracht geldt of geldt niet: er is geen enkele reden om ze slechts een beetje te doen gelden.

Vrijwillige sluierdracht?

Er heerst gegronde twijfel of de sluierdracht over het algemeen vrijwillig gebeurt. Onderzoek wijst uit dat 25 % van de Marrokaanse vrouwen in België zich onder druk gezet voelen om een hoofddoek te dragen.[9] Dat er wel degelijk ook op school frequent sprake is van opdringing, erkent ook socioloog Hugo Van Assche, tegenstander van het hoofddoekenverbod. Toch presteert hij het om een opgedrongen sluierdracht als een individuele keuze te bestempelen!

Dat verbieden getuigt van een gebrek aan respect voor hun identiteit en hun individuele keuze, zelfs al wordt die keuze hen opgedrongen. Onze wetten garanderen die meisjes dat ze later sowieso hun eigen keuzes kunnen maken. Laat het hun verdienste zijn, als zij later kiezen om niet meer toe te geven aan die groepsdruk.

→ socioloog Hugo Van Assche[10]

Als we over volwassenen in de openbare ruimte zouden spreken, zou dit argument geenszins volstaan om het recht op sluierdracht in te perken. Natuurlijk mogen we onze ogen niet sluiten voor de incidenten waarbij moslims ongesluierde moslima’s mishandelen.[11] Maar de eerlijkheid gebied ons te zeggen dat de gewelddaden het probleem zijn, niet het feit dat een heleboel andere moslima’s zich wel plooien naar de vestimentaire regels die hun worden aangepraat. Vergelijk het met travestie. In onze cultuur worden mannen in vrouwenkleren enigszins scheef of apart bekeken. (Van vrouwen wordt dan weer wel getolereerd dat ze zich in mannenkledij hullen.) Als één of andere religieuze sekte plots begint travestieten te molesteren, wie is er dan in fout? De mannen die zich wel houden aan de sociale norm om enkel mannenkledij te dragen, of de religieuze sekte?

Bij de schoolgaande jeugd ligt dat toch even anders. Op jongere leeftijd zijn kinderen een stuk gevoeliger aan de druk van vrienden en omgeving. Een belangrijk element van de opvoeding bestaat er precies in deze gevoeligheid aan te wenden om normen en waarden bij te brengen. Zo worden kinderen onder andere beleefdheid aangeleerd, doordat de opvoeders beleefdheid van hen verwachten, en hen belonen en straffen naargelang ze het gewenst gedrag vertonen.

Normaal gezien werken school en ouders samen aan de opvoeding. Opvoeding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Maar deze gezamenlijke verantwoordelijkheid kan aanleiding geven tot conflicten, als de school en de ouders het niet eens zijn over de aan te leren normen. Neem nu de maatschappelijke positie van man en vrouw. Onze samenleving beschouwt mannen en vrouwen als evenwaardig, en verwacht van haar scholen dat ze die evenwaardigheid aan de nieuwe generatie aanleert (of indoctrineert, zo je wil). Sommige ouders hebben daar echter (al dan niet om religieuze redenen) een andere kijk op, en willen dan ook die andere kijk aan hun nageslacht meegeven.

Dit hoofddoekendebat is zo ’n conflict. In moslimkringen wordt de sociale norm dat meisjes een sluier moeten dragen, al vroeg meegegeven. Historisch was die sluier duidelijk een symbool van de onderdanige positie van de vrouw in de moslimsamenleving. Of die sluier dat vandaag nog altijd symboliseert, is minder duidelijk. In onze samenleving is die norm er niet, en wordt bovendien niet getolereerd dat mensen hun medeburgers verplichten een dergelijk symbool te dragen. Opleggen aan joodse medeburgers om een jodenster te dragen, kan evenmin door de beugel. Ik weet het, in het geval van de hoofddoek gebeurt de opdringing gebeurt door geloofsgenoten, in het geval van de jodenster niet. Maar maakt dat dan zo veel verschil? Trouwens, geloofsgenoten? Richard Dawkins heeft een punt als hij de praktijk veroordeelt kinderen met religieuze labels te bestempelen voor de leeftijd waarop ze zelf een mening kunnen vormen over hun kijk op de wereld en het universum.[12]

Ik ontken niet dat er jonge meisjes zijn die oprecht en uit vrije wil een sluier willen dragen als uiting van religieuze devotie. In de mate van het mogelijke zouden ze (naar mijn aanvoelen) daar vrij in moeten zijn. Mogen scholen hun dat toch verbieden, en zo die meisjes het recht ontnemen hun individuele identiteit uit te drukken, gewoon omdat andere leerlingen (meestal de jongens) hun vrouwelijke medeleerlingen tot sluierdracht onder druk zetten? Het is een heel moeilijke oefening.

Ik laat die afweging dan ook het liefst over aan de directies, de lerarenkorpsen en de inrichtende machten van de verschillende scholen. Zij kennen hun scholen, zij kennen hun leerlingen, zij kennen de situaties. We vertrouwen nu reeds dagelijks de volgende generatie aan hen toe. Zij nemen nu reeds talrijke beslissingen die de toekomst van onze kinderen bepalen. We vertrouwen dat ze zich daarbij laten leiden door het uiteindelijk belang van de leerlingen. Ik vertrouw erop dat zulke beslissingen na rijp beraad nemen, en te goeder trouw. Als zij van oordeel zijn dat de goede orde en de harmonie onder de leerlingen een hoofddekselverbod vereist, waarom zouden we plots beginnen hun weloverwogen oordelen in twijfel te trekken?

Referenties

Tijdslijn

Reacties

Pingback van Het gevaar van de sluier
Datum: donderdag 10 september 2009, 16:00

[…] Maar zelfs als moslima’s hun geloof strikt en fundamentalistisch invullen, dan nog is dat geen goede reden om hen het dragen van een hoofddoek in de publieke sfeer te ontzeggen. Aan de buitenwereld tonen dat men een religie aanhangt door religieuze symbolen te dragen, hoort te vallen onder de vrijheid van meningsuiting. U weet wel: die hoeksteen van de Europese cultuur en beschaving. […]

Reactie van Jeroen Huylebroeck
Datum: woensdag 16 september 2009, 12:35

Adhemar, ik heb dit weekend nog hierover gediscuteerd en stond nog redelijk in dubio, maar ik vind de redenering die je hier komt aan te halen heel valabel en waardevol. Net zoals jij, vind ik het moeilijk te verantwoorden om een verbod op te leggen voor de meisjes die dit dragen als oprechte geloof- en cultuursbeleidenis, maar reglementering rond schoolkleding is iets waar wij in Vlaanderen altijd mee geconfronteerd zijn. In de hedendaagse samenleving kan zo’n reglementering zonder de nodige overpeinzing en overleg niet (langer?) doorgedrukt worden, en het moet ten allen tijde open blijven staan voor discussie. Uiteraard dienen andersgelovigen en -overtuigden wel te conformeren aan de regelgeving van de gemeenschap waar zij vrijelijk voor kiezen om toe te behoren/in te vertoeven. Laatste puntje van overweging is dat het inderdaad elke geloofsovertuiging grondwettelijk is toegestaan om eigen onderwijs in te richten, zodat een algemeen verbod in Belgische onderwijsinstanties stricto sensu nooit is uitgesloten.

Kortom, ik ben blij jouw opiniestukje gelezen te hebben daar dit mijn opinie hieromtrent heeft helpen wortelen.

Reactie van Ludo Vranken
Datum: woensdag 16 september 2009, 22:43

Een welgemeend proficiat voor uw opmerking op het artikel “Zomaar een lapje stof”, Adhemar.
Ik heb iets bijgeleerd. Uw benadering der dingen kan absoluut bijdragen tot het opentrekken van het debat.
Schitterend stukje analyse, prachtige denkoefening.
Bravo

Pingback van Een Vlaming in het buitenland – Part two – Per:Sil
Datum: zondag 20 september 2009, 15:56

[…] bijzonder moeilijk dossier vinden en wil daarom niet te kort door de bocht zijn. Ik las echter een zeer goed opiniestuk van mijn collega-Jong-NVA’er Stijn ‘Adhemar” Vandamme en eentje op Visionair België […]

Pingback van Torenhoogtevrees
Datum: maandag 30 november 2009, 22:00

[…] Naast het minarettenverbod denk ik bijvoorbeeld aan het voorstel voor een algemeen hoofddoekenverbod (dus niet alleen op school en achter de loketten van de neutrale overheid). Met dergelijke surrogaatmaatregelen […]

Schrijf een reactie

juni 2009
m D w d v Z Z
« mei   jul »
1234567
891011121314
15161718192021
22232425262728
2930  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2009. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.