Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Geef ons heden onze dagelijkse mp3

dinsdag 13 oktober 2009, 23:59 | Vrije informatie

Voordrachtje gegeven op de vrije spreekavond “Over cactussen, de crisis en de comeback van Clijsters” van het taalminnend studentengenootschap ’t Zal Wel Gaan!, in het gebouw van het Van Crombrugghe’s Genootschap te Gent, op dinsdagavond 13 oktober 2009.

Het is in dit atheïstisch en vrijdenkend taalminnend studentengenootschap niet de gewoonte een argument te beginnen met “Het staat geschreven in de Bijbel”. Eigenwijs doe ik dat toch.

Tot vier maal toe staat geschreven in de Evangeliën dat in die dagen, kort voor het Joodse pesachfeest, de heer Jezus Christus het meer van Galilea overstak, om vervolgens naar een eenzame plaats in het omliggend gebergte te trekken.[1] Ik was er vorige maand, en ik moet toegeven: ’t is een mooie streek. Echt eenzaam was-Ie er niet, want een massa fans volgde Hem: ongeveer vijfduizend man. Bij dergelijke evenementen ligt de schatting van politie en brandweer traditioneel lager dan die van de organisatie. Waarschijnlijk heeft Matteüs bij de ordediensten zijn oor te luisteren gelegd, want hij spreekt slechts over vierduizend man. In ieder geval werden vrouwen en kinderen werden niet meegeteld, wegens onbelangrijk.

Een niet-onbelangrijk aspect van dat optreden, was een organisatorische kwestie: er was geen catering voorzien. Jezus kon het niet laten Filippus met dat logistiek probleem op te zadelen. “Zeg, Filippus, waar zijn de eetkraampjes voor al die mensen?”[2] Eigenlijk deed-Ie dat vooral om Filippus te treiteren — Hij wist zelf wel een oplossing uit Zijn mouw te schudden.

Apostel Andreas had namelijk opgemerkt dat er in het publiek een jongetje was die vijf broden en twee gedroogde vissen bij zich had. Het was maar een klein jongetje; het kostte dan ook weinig moeite om dat jochie zijn proviand afhandig te maken.

Typisch christelijk werd het brood gedeeld. Dat was voor alle duidelijkheid geen eucharistie, daar het Laatste Avondmaal nog niet plaatsgevonden had, en dus nog niet herdacht kon worden. Bijgevolg waren er nog geen complicaties met brood dat eigenlijk substantieel Jezus’ lichaam zou zijn, was transubstantiatie versus consubstantiatie nog geen twistpunt. Kortom: geen kannibalistische toestanden. Gewoon brood dat gedeeld werd. En vissen.

Nu is, in de realiteit, voor gewone stervelingen zoals wij, brood een rivalair goed. Stel dat ik een brood heb, en Anna en ik hebben honger. Ik kan mijn brood zelf opeten. Dat is mijn recht, het is nu eenmaal mijn eerlijk verdiend brood. Daarmee is mijn honger gestild, maar die van Anna niet. Alternatief kan ik het brood met Anna delen. Als ik het brood mooi in twee deel, kunnen Anna en ik elk een half brood eten. Ik kan ook galant Anna het volledige brood schenken, maar dan moet ik zelf op mijn kin kloppen. Wat ik ook doe, zonder bijkomend brood van buitenaf, zal het stuk brood dat ik eet en het stuk brood dat Anna eet samen nooit meer dan één brood vormen. Ieder stuk dat ik eet, kan Anna niet eten. Brood is, zoals zoveel tastbare dingen, een rivalair en schaars goed. Om met die schaarste van rivalaire goederen om te gaan, heeft mensheid “eigendom” ingevoerd: een fundamentele peiler van onze maatschappijordening.

Jezus was echter, volgens de evangelisten, “ne straffe gast”. Hij nam die vijf broden en twee vissen, en sprak een dankgebedje en een toverspreuk over uit. Voorwaar, de evangelisten zeggen u: Jezus slaagde erin om — hocus pocus — plaatselijk en tijdelijk het rivalair karakter van die broden en vissen op te heffen. Heel de menigte kon van de broden en vissen eten, zoveel ze maar wilden. (Of ze grote honger hadden, is niet geweten. En misschien waren er wel mensen die brood en vis zo beu waren als koude pap en hummus, daar wordt niets over vermeld.) Maar het vertelseltje bericht wel verder dat Jezus achteraf de restjes liet ophalen, om niets verloren te laten gaan. Met de overgebleven brokken brood vulden de apostelen twaalf korven. Althans volgens 3 van de 4 evangelisten. Opnieuw is het Matteüs die dwars ligt, volgens hem bleven er slechts zeven manden restjes over.

Het doet er eigenlijk ook niet toe of er nu vierduizend of vijfduizend mannen aanwezig waren, of er nu zeven of twaalf manden over waren, of je dit wonderlijk verhaal gelooft of niet.

Ik zou voornamelijk het willen hebben over het moreel aspect van Jezus’ handelingen. Gesteld dat dit verhaal echt gebeurd is, is Jezus’ gedrag hier ethisch correct? Daarbij heb ik het niet over de tovenarij. In principe laat het Oud Testament niet toe om te gaan met tovenaars en magiërs,[3] en mag Jezus van geluk spreken dat hij een man is want een vrouwelijke tovenares verdient de doodstraf.[4] Maar ik wil eigenlijk vooral focussen op Zijn gedrag het mirakel.

Daar staat Hij dan, met niet-rivalair brood en niet-rivalaire vissen in Zijn handen. Mag men dat zomaar delen?

Het staat buiten kijf dat het uitdelen van brood en vissen economische repercussies heeft. Mocht Jezus het brood en de vissen niet betoverd hebben, had het jongetje gouden zaakjes kunnen doen. De wet van vraag en aanbod leert dat bij een klein aanbod aan gegeerde goederen, de aanbieder er hoge prijzen voor kan vragen. Zelden was het antwoord op Scooter’s vraag “How much is the fish?” zo hoog. Die kleine had rijk kunnen worden.

Of misschien bevonden er zich aan de voet van de berg wel handelaars die voedsel verkochten. Een massa van duizenden hongerigen kon voor hen een mooie omzet betekenen. Maar toen de aanwezigen allemaal à volonté gratis voedsel toebedeeld kregen, was dat voor die mogelijke kleine zelfstandigen wel een streep door hun rekening. En ook hun leveranciers — bakkers, vissers — hadden zonder Jezus’ mirakel meer kunnen verdienen.

Denkt er trouwens iemand aan die éne arme bakker en die éne arme visser? Uiteindelijk heeft die bakker wel die vijf broden gebakken, en heeft die visser wel die twee vissen uit het water gevist. Horen zij niet vergoed te worden?

Ho, maar, wacht eens even! Die bakker en die visser zijn reeds betaald! Die broden en die vissen zijn op een bepaald moment van eigenaar veranderd. Als we er eventjes van uit gaan dat het kleine jongetje geen dief is, dan werd bij die transactie hoogstwaarschijnlijk een al-dan-niet-monetaire tegenprestatie geleverd. Eens het brood de eigendom werd van het jongetje, heeft de bakker er geen zaken meer mee wie van het brood eet, of met hoeveel personen. En heeft hij al helemaal geen bijkomend recht op vergoedingen per persoon die ervan eet. Ook al is het brood uitzonderlijk niet-rivalair gemaakt.

Hoe absurd zou het zijn dat Jezus het niet-rivalair brood niet zou mogen delen zonder toestemming van de bakker, of de niet-rivalaire vissen niet zou mogen uitdelen zonder de visser te vergoeden!

Toch is dat de logica die men ons probeert op te dringen: dat is de doctrine van intellectuele eigendom. Informatie is van nature uit niet-rivalair, daar is geen mirakel voor nodig. Als ik een melodietje met Anna deel, ben ik het niet kwijt. Evenmin is het zo dat we, na het delen, beiden slechts elk van een helft van het melodietje kunnen genieten. Als ik een mp3’tje met Anna deel, hebben we beide het volledige bestand, zonder dat de bitrate of kwaliteit erdoor gehalveerd is. Informatie kent geen rivaliteit. Er hoeft geen schaarste te zijn aan kopies. We worden er met z’n allen niet beter van om kopies kunstmatig (via wetgeving) schaars te houden. (Ook al hebben enkelen daar economisch voordeel bij.)

Dat geldt voor alle soorten ideeën, gedachten, en informatie. Thomas Jefferson wist het al:

Als de natuur iets gemaakt heeft dat minder vatbaar is voor exclusieve eigendom als al de rest, is het wel de actie van een denkende macht, wat we “een idee” noemen, dat door een individu exclusief bezit kan worden, zolang hij het voor zichzelf houdt; maar op het moment dat een idee onthuld wordt, dwingt het zichzelf in het bezit van elkeen, en kan de ontvanger er zich niet van onteigenen. Het heeft dan ook de eigenaardige eigenschap dat niemand er minder van bezit, omdat iedereen het geheel van het bezit. Wie van mij een idee krijgt, ontvangt de instructie zonder de mijne te verminderen; zoals hij die zijn kaars bij de mijne aansteekt, mij niet in het donker zet.

→ Thomas Jefferson[5]

Amen.

Referenties

Schrijf een reactie

oktober 2009
m D w d v Z Z
« sep   nov »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2009. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.