Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

In necessariis diversitas

dinsdag 22 december 2009, 22:00 | Vlaanderen in Europa

De baseline van N-VA luidt “Nodig in Vlaanderen, Nuttig in Europa”. Daarmee wil mijn partij benadrukken dat ze tegelijk Vlaams-nationalistisch en pro-Europees is. Is dat geen tegenstrijdigheid? Geen hypocriete houding? Nee hoor: we zien bevoegdheden het liefst beheerd door het bestuursniveau dat daar het best geschikt voor is.

Ik schreef eerder reeds over de vraag hoe men dan wel het optimaal beleidsniveau per bevoegdheid kan bepalen.[1] Dogma’s als decentralisatie of centralisatie konden en kunnen daarbij niet het volledige antwoord zijn. Industrieën met industriële wereldspelers reguleren, doe je niet op gemeentelijk niveau; en over de aanleg van een fietspad aan de Kerkstraat verwacht ik geen gefundeerd debat en geïnformeerde beslissing op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties.

Op zoek naar de gulden middenweg, volgde ik de aanpak van Alberto Alesina en Enrico Spolaore: de schaalvoordelen (die groter worden bij centralisatie) afwegen tegen de heterogeniteitskosten (die kleiner worden bij decentralisatie).[2]

Ik voegde daaraan toe dat er grosso modo twee soorten heterogeniteitskosten bestaan. Aan de ene kant brengt centraal bestuur brengt inefficiëntiekosten met zich mee als het met één gemeenschappelijke regeling problemen wil aanpakken die van regio tot regio verschillen. Anderzijds is er een democratische kost wanneer men zo nodig een gemeenschappelijke regeling wil voor meerdere naties wiens publieke opinies onderling verschillende visies hebben over de beste aanpak, zelfs als de problemen gelijkaardig zijn.

Daarbij had ik de situatie voor ogen dat de beide naties elk een significante meerderheid kent die zich kan scharen achter een intern compromis, maar dat beide compromissen grondig van elkaar verschillen. Zo vergezocht is dat niet: in heel wat Vlaams–Waalse conflictpunten vertonen Vlaanderen en Wallonië wel degelijk behoorlijke interne homogeniteit.

Matthias Storme argumenteert vandaag, zich inspirerend op enkele alinea’s van Antonin Scalia[3], dat interne homogeniteit van de deelgebieden niet eens een nodige voorwaarde is: ook wanneer deelgebieden intern heterogeen zijn, maar slechts een andere samenstelling van heterogeniteit vertonen, heeft decentralisatie voordelen.[4]

Zijn argument lijkt hierop neer te komen: hoe lager het niveau waarop een bevoegdheid geregeld wordt, hoe meer verschillende regelingen uitgewerkt worden. Het naast elkaar bestaan in verschillende gebieden van uiteenlopende regels zou de mensen leren vele zaken wat te relativeren, en vermijdt bijgevolg de totalitaire mentaliteit die dreigt wanneer overal maar één politiek correcte oplossing geldt (zeker als geclaimd wordt dat die éne oplossing rechtstreeks uit Grote Principes als “de mensenrechten” volgt).

Het bestaan van verschillende regelingen maakt het mogelijk te leren van de ervaringen van andere regio’s met andere regels. En zo worden wetten, net als genen en memen, onderhevig aan natuurlijke selectie en evolutie. Een nieuwe regeling wordt eerst uitgeprobeerd in die regio waar de publieke opinie er het meest open voor staat. Wetten die goed aangepast aan de situatie blijken en na verloop van tijd tot positieve ervaringen leiden, hebben meer kans om door andere regio’s met gelijkaardige omstandigheden overgenomen te worden. Net als bij de DNA-mutaties in de genetica, en bij de memen (ondeelbaare eenheden van ideeën en culturele informatie) in de memetica, is er geen enkele centrale leiding die beslist om op een welbepaalde plaats een welbepaald legislatief experiment uit te proberen. Integendeel: het ontstaan van nieuwe initiatieven gebeurt spontaan; de groei en verspreiding ervan organisch.

Het gebrek aan centrale leiding hoeft geen zwakte te zijn. Meer nog: het is een sterkte, die robuustheid met zich meebrengt omdat er geen single point of failure is. De afwezigheid van een centraal bestuur is een fundamenteel kenmerk van heel wat succesvolle menselijke en natuurlijke systemen: de vrije markt, het Internet, de evolutie, mierenkolonies. Een individuele mier is in wezen een dom beest. Maar duizenden mieren kunnen meer zijn dan gewoon duizenden domme wezens: in kolonie werken ze samen en vertonen ze een behoorlijke vorm van intelligentie. Voldoende intelligentie alvast om efficiënt de omgeving af te speuren op zoek naar voedsel, het voedsel te halen en de kolonie in de meeste omstandigheden in stand te houden. Geheel holistisch: het geheel is meer, en intelligenter, dan de som van de delen. Op gelijkaardige wijze zou ook het decentraal geheel van vele regionale overheden intelligenter zijn dan één almachtige Europese Unie, of één Nieuwe Wereldorde.

Bovendien kunnen kleinere bestuurlijke niveau’s vaak sneller inspelen op nieuwe omstandigheden, zonder aan democratische legitimiteit in te boeten. Hoe groter het bestuur, hoe logger of ondoorzichtiger (of allebei) de besluitvorming.

Voor de rechtspersonen ontstaat er zo een soort bestuurlijke concurrentie. Ik ben me er volledig van bewust dat de beslissing te migreren geen beslissing is die men lichtzinnig neemt. Maar bij een veelheid aan bestuurlijke entiteiten, bestaat ten minste principieel de mogelijkheid te verhuizen naar een andere land waar wetten gelden waar men zich beter thuis in voelt. Voor veel mensen is het angstaanjagende aan het schrikbeeld van de Nieuwe Wereldorde, juist dat er geen ontsnappen aan mogelijk is.

(Dit laatste argument pro decentralisatie is trouwens vanuit links oogpunt een argument pro centralisatie. In deze geglobaliseerde wereld maken tegenwoordig reeds heel wat producerende bedrijven gebruik van de mogelijkheid zich te vestigen in landen waar de belasting op arbeid minder exuberant is. Een doorn in het oog voor mensen ter linkerzijde, al laten ook zij in de supermarkt de goedkopere producten die deze bedrijven produceren, zelden links liggen.)

Het valt mij op dat Matthias Storme het vooral over ethische problemen heeft: abortus (Antonin Scalia schreef in de eerdervernoemde alinea’s over de groter geworden tegenstellingen in het abortusdebat in de Verenigde Staten sinds het Amerikaans Federaal Hooggerechtshof in Roe v. Wade haar arrest[5] wees[3]), het evenwicht tussen laïciteit en religieus geïnspireerde tradities, interpretaties van mensenrechten en minderheidsrechten, euthanasie en homohuwelijk passen waarschijnlijk ook in het rijtje, …

Ik ben me er ter dege van bewust dat decentraal bestuur rond dergelijke grondzaken implicaties heeft. Consequent vasthouden aan de soevereiniteit van andere naties of gebieden met andere regelingen houdt natuurlijk ook in dat men nooit de eigen interpretatie van mensenrechten aan andere landen opdringt, zelfs als men er de middelen toe zou hebben. In die optiek kan men hoogstens de handel en diplomatieke betrekkingen met een land dat (volgens de eigen visie en normen) flagrant mensenrechten schendt, opschorten; verder niets. Vanuit ethisch oogpunt kan men zich afvragen: als men er echt de middelen toe heeft, is laten betijen niet gelijk aan het niet helpen van medemensen in nood? En als men wel ingrijpt bij de ergste mensenrechtenschendingen, waar trekt men dan de grens? En doet elke politieke entiteit dat dan voor zich of keert men terug naar een eenheidsstructuur die daar globaal over oordeelt?

En kan het principieel tolereren van mistoestanden in het soevereine buitenland, ver van eigen bed, niet bijdragen tot cultuurrelativisme in eigen land? Misschien wel, maar waarschijnlijk zal het niveau van cultuurrelativisme verschillen van land tot land. Als er veel bestuurlijke entiteiten zijn die een multiculturele samenleving kennen maar die op een verschillende manier aanpakken, kunnen de bestuurders van die entiteiten van elkaars ervaringen leren om in eigen land te bepalen waar de grenzen van het cultuurrelativisme nu juist best liggen… Het argument begint weer van vooraf aan.

Één kritische bemerking nog: hoe zou men het verschil kunnen kwantificeren? Hoe valt te bepalen hoe sterk het evolutief voordeel van gedecentraliseerd bestuur waarbij men leentje-buur speelt, meespeelt? Van alle vormen van schaalvoordelen en heterogeniteitskosten die men met elkaar hoort af te wegen, is dit waarschijnlijk de moeilijkst meetbare.

Subsidies en zo

Tot slot nog een woordje over een woordje terminologie. Matthias Storme en anderen spreken over subsidiariteit, waarmee ze het principe bedoelen dat hogere instanties niets moeten doen wat door lagere instanties kan worden afgehandeld. Zelf heb ik dat woord trouwens ook al eens gebruikt.[6] Die term heeft echter een bijklank die ik liever zou vermijden. Het woord subsidiariteit is namelijk afgeleid van het Latijnse subsidiarius, reservesoldaat. Een Romeins militair bevelhebber kon op eigen centraal initiatief subsidiarii, hulptroepen, inschakelen om opdrachten aan te delegeren. Subsidiariteit impliceert etymologisch zo een vorm van federaliteit of devolutie met een centrale Kompetenzenkompetenz: enkel voor die aangelegenheden waarvan de centrale overheid denkt dat ze beter aan de lagere besturen kan worden afgehandeld, en aan hen delegeert, zijn die lagere bestuursniveaus bevoegd. Dat is precies die logica waar we met een Copernicaanse omwenteling van afwillen. Als er samengewerkt moet worden, dan liever op confederale basis: enkel rond die problemen waarvan de naties of deelgebieden zelf beslissen dat samenwerking kan lonen…

Referenties

Tijdslijn

Schrijf een reactie

december 2009
m D w d v Z Z
« nov   jan »
 123456
78910111213
14151617181920
21222324252627
28293031  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2009. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.