Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Economie op z’n Belgisch

woensdag 28 november 2012, 14:00 | Allerlei

…en hoe het ook anders kan

Deze tekst verschijnt vandaag in Den Borluut.

Eigenlijk had de federale regering op 15 oktober al moeten klaar zijn. Dat is de uiterste dag waarop de Europese Commissie de begroting van 2013 moest kunnen inkijken, om ter dege te kunnen controleren of we niet van het langetermijnspad naar een financieel gezonde overheid afwijken. Maar een begroting opmaken met de hete adem van de kiezer in de nek bleek onmogelijk, en dus moest de federale overheid er begin november eigenlijk nog aan beginnen. Een goede maand na de oorspronkelijke deadline is de regering dan toch geland.

Twee keuzes maakt de federale regering-Di Rupo Un, al wil ze dat zelf niet gezegd hebben: het tekort wordt met nieuwe belastingen opgevuld, en het is de middenklasse die ze moet ophoesten. Echte fundamentele keuzes worden er daarnaast niet gemaakt. De begroting is wederom een samenraapsel van knip- en plakwerk, een kakofonisch gerommel in de marge. Voor één miljard nieuwe belastingen, vooral op kasbons en levensverzekeringspolissen. Ook de accijnzen op alcohol gaan de hoogte in, en aan de korf waarop de index berekend wordt, wordt nog maar eens gerommeld. En de lonen worden bevroren. Daarentegen wordt met geen enkele maatregel de overheid wat afgeslankt, en ook andere besparingen zijn er niet in terug te vinden, zodra je door het trucje heenkijkt waarbij de beperking van de verhoging van de uitgaven in de gezondheidszorg een “besparing” wordt genoemd.

Zo sukkelt ons landje verder, en bestendigt het de eigen crisis, politiek en economisch.

Dat we de eigen crisis organiseren, klinkt echter ook ter linkerzijde. Al klinkt de uitleg daar wel anders. De keynesiaanse oplossing is om bijkomend geld uit de delen aan “de gewone man”, of die nu werkt of niet. Zo zijn “de mensen” in staat geld uit te geven, en is er opnieuw genoeg “vraag” om de economie draaiende te houden. Waar dat geld vandaan moet komen? Van de “rijken”, natuurlijk; ofwel kunnen we het lenen: het is toch ongehoord om in crisistijd een begrotingstekort van “slechts” 2,15 % na te streven? Kunnen we de factuur die we naar de volgende generatie doorschuiven niet nog een beetje extra aandikken?

De huidige economische crisis zou het failliet van het vrijemarktskapitalisme aantonen, klinkt het bij de partijen die zichzelf op de borst kloppen dat ze de solidariteit verdedigen. Een vreemde beschuldiging is dat, tegen een ideologie die al een eeuw grotendeels aan de kant geschoven is. De sociale “correcties” die de sociaaldemocratische welvaartsstaat aan het vrijemarktsmodel heeft aangebracht, zijn zodanig uitgedijd dat van het klimaat van vrijheid waarin de vrije markt floreert feitelijk slechts beperkte restanten overblijven.

De cruciale economische waarheid die men ter linkerzijde aan de kant wil schuiven, of waarvan men wil doen laten uitschijnen dat ze hetzij wettelijk hetzij met magie kan worden opgeheven, is deze: iedere euro die men uitgeeft zonder er zelf voor gewerkt te hebben, is een euro waar iemand voor gewerkt heeft zonder ze zelf te kunnen uitgeven.

Tegenwoordig zijn dat al een heleboel euro’s: de overheid legt tegenwoordig in België beslag op 54 % van het bruto binnenlands product. En daar komt ze nog niet mee toe: ze leent daarbovenop nog eens 2,15 % van het bruto binnenlands product (in 2013), grotendeels om eerdere leningen af te betalen. Het record qua overheidsbeslag, dat op naam staat van de Sovjet-Unie met rond de 70 %, hebben we nog niet bereikt, maar beetje bij beetje komen we er steeds dichter van in de buurt.

Ik herinner mij een bepaalde partij die twintig jaar geleden vervelde, en een nieuwe beginselverklaring afkondigde. Daarin stond te lezen: “Het overheidsbeslag moet op termijn worden teruggedrongen tot maximaal één derde van de globale welvaart van de bevolking. De openbare schuld moet worden afgebouwd en het begrotingsevenwicht definitief worden hersteld.” Maar in de elf jaar dat deze partij deelnam aan de macht is het overheidsbeslag alleen maar gestegen; en toen onder premier Guy Verhofstadt (VLD) de conjunctuur ideaal was om eindelijk de openbare schuld aan te pakken, werd de voorkeur gegeven aan het uitdelen van cadeautjes aan de sociale partners om vol voluntarisme een goednieuwsshow te kunnen brengen. Beginselvastheid aan de eigen beginselverklaring? Volstrekt onbelangrijk.

(Dat gold trouwens, tussen haakjes, evenzeer voor die andere beginselen die toen plechtig verklaard werden: het subsidiariteitsbeginsel; en de visie voor een staatshervorming tot een federale staat waarin de deelgebieden hun eigen inkomsten innen, verantwoordelijk zijn voor hun eigen uitgaven, hun eigen goed afgebakend grondgebieden beheren; en waartussen de solidariteit correct, doorzichtig en omkeerbaar is. Iemand ooit iets van gemerkt?)

In plaats van steeds een groter stuk van de taart weg te belasten, wordt het tijd om te werken aan een grotere koek. Relance heet dat, met een goed Nederlands wetstratisme. Wie een relancebeleid op poten wil zetten, doet er goed aan te beseffen hoe welvaart ontstaat. Welvaart ontstaat bij vrijwillige transacties waarbij zowel koper als verkoper er van uit gaan dat ze beter af zijn met die transactie dan zonder. De koper kan een consument zijn, die in zijn behoeftes wil voorzien. Maar het kan ook een onderneming zijn, die producten of diensten nodig heeft om zelf producten te kunnen maken, of diensten te kunnen leveren, die al dan niet direct in de behoeftes van consumenten voorziet. Dat is de vraag. Ondernemers spelen op de vraag in met hun aanbod. Om die producten en diensten te kunnen leveren is organisatie, kapitaal, know-how en arbeid nodig. En dus moeten ondernemer-werkgever, investeerder en werknemers samenwerken. Hun relatief belang onderling verschilt van sector tot sector en van bedrijf tot bedrijf, en in een vrije samenleving wijst de markt hun onderlinge verhoudingen wel uit. Maar net zomin als ondernemingen zonder arbeid kunnen draaien, kunnen arbeiders productief aan de slag zonder ondernemers die risico’s nemen om ondernemingen op poten te zetten. (Als ze zelfstandig aan de slag gaan, kunnen ze zelf als ondernemer beschouwd worden.)

We organiseren onze eigen crisis, zolang we er niet in slagen een aantrekkelijk ondernemersklimaat te creëren. Het aantal blijft faillissementen stijgen, en overstijgt ruimschoots het aantal startende of expanderende ondernemingen. Het aantal starters daalt significant, met 4 % op een jaar. Dit ondanks alle goede initiatieven van de Vlaamse Overheid (Vlaanderen In Actie) die jammer genoeg slechts in de marge kunnen rommelen bij gebrek aan echte hefbomen in de Vlaamse bevoegdheden.

Met het verminderen van de economische activiteit, gaat ook het aantal arbeidsplaatsen de verkeerde richting uit. Dit heeft een weerslag op de koopkracht van de bevolking, en zo daalt met het aanbod ook de vraag. Keynesiaans inzetten op vraag door nog meer welvaart te herverdelen is echter een uiterst inefficiënt gebruik van middelen, die overigens niet zomaar voorhanden zijn. De dalende koopkracht is meer het gevolg dan de oorzaak van de tanende economie, al speelt wel het effect van de vicieuze cirkel mee.

Ook als een groot bedrijf wegens overcapaciteit een vestiging moet sluiten, valt de keuze al te gemakkelijk op de vestiging in België. Hoe zou dat toch komen?

Aan de productiviteit van onze goedgeschoolde arbeiders ligt het alvast niet. Wat zijn dan wel de pijnpunten?

(1) Fiscaal — De allerbelangrijkste handicap voor werkgevers in België is al jaren gekend: de belastingen, en dan vooral de lasten op arbeid, liggen hier torenhoog. Dit geldt niet alleen in vergelijking met lageloonlanden. Ook ten opzichte van de drie buurlanden ligt de concurrentiehandicap voor bedrijven in dit land wat betreft loonlasten boven 5 %. De regering denkt nu aan maatregelen die tot een loonlastenverlaging van 500 miljoen euro moeten leiden. Dat is amper 0,4 % van de totale loonkosten. Beter dan niets, dat wel, maar toch niet meer dan een druppel op een hete plaat.

De belangrijkste manier om de hoge belastingen te verhelpen, is besparen op de overheidsuitgaven. Zeker in de federale begroting is er nog heel wat vet op de soep.

Als naast structurele besparingen de andere partijen een belastingsverschuiving bepleiten van arbeid naar vermogen, dan is N-VA bereid daarover te praten. Het moet dan wel expliciet om een belastingsverschuiving gaan; een belasting op vermogen bovenop alle bestaande belastingen en lasten, is uit den boze.

(2) Administratie en regelgeving — Toch heeft het slechte ondernemingsklimaat niet alleen met hoge belastingen te maken. Ook de regelneverij en daarbijhorende paperassen zijn de ondernemers een doorn in het oog. Fraudebestrijding is vaak de aangehaalde argumentatie, maar ook wie helemaal niet van plan is te frauderen wordt met een zoveel papierwerk geconfronteerd, dat geen fouten maken een hele opgave is. En dus worden met de regelmaat van de klok boetes uitgeschreven voor administratieve onvolkomenheden waar zelfs de fiscus volmondig van erkent dat ze niet met fraude-intentie gemaakt zijn. Zo kwam recent het ontbreken van de dimona-aangifte van het personeel van de taverne van “Big Brother” Betty en haar ex-partner recent in het nieuws. Loonfiches en betalingen van lasten allerhande waren in orde, maar het papierwerk niet: dus werd het ex-koppel alsnog beboet.

Nog een voorbeeldje: de apothekers hebben de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid achter zich. Iedere maand geven de apothekers hun personeel bijscholing in de steeds veranderende wet- en regelgeving op de werkvloer. Externe bijscholing voor apothekersassistenten is onbestaande. Nu vond de Rijksdienst een clausule in de collectieve arbeidsovereenkomst die bepaalt dat al het personeel een minimum hoeveelheid bijscholing moet genieten. De extensieve eigen bijscholing op de werkvloer valt echter niet te bewijzen; en dus voldoet geen enkele apotheker met personeel. Zo moeten ze allemaal administratieve boetes ophoesten, en dit eveneens voor opeenvolgende achterstallige jaren. Ergens klopt een groepje ambtenaren zich op de borst; de overheidsinkomsten schieten weer eens lekker op.

Ook het arbeidsrecht heeft een niet te onderschatten invloed, die zich laat voelen bij het aanwervingsbeleid van bedrijven. Een werknemer ontslaan is voor een werkgever niet altijd vanzelfsprekend, tenzij er dwingende redenen zijn. Vakbonden gaan er gemakkelijk van uit dat dit goed is voor de werknemer die “beschermd” is, maar daarmee sluiten ze te gemakkelijk de ogen voor het verstorend effect op de arbeidsmarkt. De werkgevers weten namelijk op voorhand dat afvloeiing een dure en moeilijke zaak is, en dus zullen ze wachten met mensen aan te werven tot ze heel zeker zijn dat de aangeworven personen op lange termijn productief aan de slag zullen kunnen houden. Zo worden de werkloosheid ook artificieel bestendigd. (Er zijn daarnaast ook gladde ondernemers die met truken met tijdelijke contracten een mauw aan het restrictieve kader van de arbeidswetgeving te passen. Dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.) Een rigide arbeidsmarkt is trouwens ook niet ideaal voor wie wel werk heeft. De terechte bekommernis de job die men heeft te behouden doet ook te gemakkelijk de ogen sluiten voor betere mogelijkheden, die omwille van hetzelfde effect ook moeilijker te bereiken zijn dan met een flexibeler wetgevend kader.

(2a) Vergunningsproblematiek voor investeringen — Niet alleen in het fiscaal recht en het arbeidsrecht loopt het papierwerk uit de hand. Ook om een nieuwe vestiging of faciliteit gebouwd te krijgen, zijn omslachtige procedures nodig. Aparte administraties houden zich bezig met bouwvoorschriften en milieu-aspecten, en soms zijn hun adviezen zelfs regelrecht tegenstrijdig. Bij elk apart advies hoort dan ook nog eens een apart openbaar onderzoek en bezwaarbehandelingsprocedure. En als de Raad van State een procedurefoutje ontdekt, gaat het hele dossier vaak volledig terug naar af.

Het goede nieuws is dat dit een Vlaamse bevoegdheid is. Wat we zelf doen, hebben we niet altijd beter gedaan; maar we kunnen er de pijnpunten van wél zelf aanpakken. Zo gezegd, zo aan het doen: de Vlaamse Regering, minister Philippe Muyters (N-VA) voorop, is nu hard aan het werk om een grote vereenvoudiging rond de bouw- en milieuvergunning te realiseren. De bestaande procedures worden daarbij niet alleen geïntegreerd en vereenvoudigd, de totale duur wordt ook significant verkort, en de rechtszekerheid rond het hele beslissingsproces verbeterd.

(3) Monetair — Ten slotte is er nog een beleid die de crisis voedt, en dat is het beleid van het laks centraal bankieren. Het pompen van vers bijgedrukt geld in de economie moet er voor zorgen dat de rentes waaraan overheden zich kunnen financieren, niet al te hoog oplopen. Zoals wel vaker, zijn er ook hierbij ongewenste effecten die ervoor zorgen dat de remedie erger is dan de kwaal. De eerste is prijsinflatie, waardoor de koopkracht van het geld dat gespaard wordt “voor de oude dag” gestaag maar zeker vermindert. De doelstelling van de Europese Centrale Bank is dat de inflatie niet hoger dan 2 % per jaar zou bedragen (wat toch al vrij veel is, want daarmee verliest het geld de helft van zijn waarde op 34 jaar tijd), maar zelfs met alle officiële aanpassingen en onderschattingen wordt deze doelstelling constant overschreden.

Naast artificieel goedkope leningen voor overheden, brengt deze politiek ook artificieel goedkoop kapitaal voor bedrijven met zich mee. En zo wordt het evenwicht tussen arbeid en kapitaal verstoort, ten nadele van arbeid. Arbeidsintensieve bedrijven ondervinden zo een bijkomende handicap tegenover meer geautomatiseerde. Via dit mechanisme verergert de Centrale Bank dus artificieel de werkloosheidscijfers.

De belangrijkste kritiek op bovenstaand discours is dat deze maatregelen de bedrijven (en dus de rijken) rijker zouden maken, en de gewone mensen in de kou zou laten staan. Een ondernemersvriendelijk beleid zou niet alleen koud en kil zijn, maar ook harteloos, asociaal en egoïstisch. Hoe durven wij het aan om responsabilisering te vragen, klinkt het verontwaardigd op de linkse moral high ground. Alsof een slechtdraaiende economie in het voordeel van jan-met-de-pet zou zijn.

Ja, in een ondernemingsvriendelijk klimaat is het mogelijk dat succesvolle ondernemingen nog succesvoller worden. En in een dergelijk klimaat kunnen ondernemingen die geen meerwaarde creëren nog steeds overkop gaan. Dat is normaal. Maar het grote verschil ligt in het grensgebied: een onderneming die wél voldoende rendabel zou kunnen zijn, maar dat in dit belastingsklimaat niet is, gaat vandaag ten onder of komt nooit van de grond. Met iedere dergelijke onderneming verhinderen we welvaartscreatie die wel gecreëerd zou kunnen worden, verliest de arbeidsmarkt jobs die er zouden kunnen zijn, en verliezen we rijkdom die we zouden kunnen behouden. Dat is het schoolvoorbeeld van Frédéric Bastiat’s “ce qu’on ne voit pas”.

Is er verbetering in zicht? Zoals gezegd, werkt de Vlaamse Regering aan een vereenvoudiging van de vergunningsprocedure. Dat is zeker een stap in de goede richting voor het ondernemersklimaat. Tot zover het goede nieuws.

Jaren van opeenvolgende verkiezingen tonen aan dat in Vlaanderen echt wel een draagvlak bestaat voor een beter fiscaal klimaat en administratieve vereenvoudigingen. In het federale België komt daar echter weinig van; en er zijn niet echt aanwijzingen dat dit snel verbeteren zal. De houding van N-VA, volop inzetten op de splitsing van arbeidsrecht en fiscale wetgeving, is dan ook de meest realistische weg naar een welvarend Vlaanderen. Eenvoudig wordt het echter niet.

Ook wie een sociaal vangnet belangrijk vindt, zou zich hier achter moeten scharen. Er is slechts welzijn mogelijk indien voldoende welvaart is die het welzijn betaalbaar houdt.

Is er ten slotte verbetering in zicht op monetair gebied? Hier trekken Noord-Europa en Zuid-Europa in tegenovergestelde richtingen. Een verbetering lijkt niet voor morgen; het afwenden van een verslechtering (met nog meer inflatie) is nu de hoogst haalbare prioritaire doelstelling van de Noord-Europese landen. Zoals wel meer loopt de grens tussen de romaanse en germaanse cultuur dwars door België. Vlaanderen doet er goed aan zich niet met Zuid-Europa mee in de dieperik te laten trekken.

In tussentijd… moeten we het doen met het knip- en plakwerk dat van de federale regering de titel “begroting” meekreeg. De Vlaamse middenklasse mag haar portefeuille alvast uithalen.

Schrijf een reactie

november 2012
m D w d v Z Z
« nov   sep »
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
2627282930  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2012. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.