Adhemar

De toestand der dingen

Adhemars overpeinzingen, beslommeringen, ideeën, fascinaties, anekdotes, opinies en krabbeltjes

Gesloten

maandag 30 september 2013, 14:00 | Vlaanderen in Europa

Deze tekst verschijnt vandaag in Den Borluut.

Op dinsdag 20 augustus stelde minister-president Rudy Demotte het programma voor van het Feest van Wallonië. De aanwezige journalisten kreeg niet alleen te horen welke artiesten in Namen zullen optreden (Arno, Hooverphonic, …), maar ook een pleidooi van Rudy Demotte voor een “Waals nationalisme”. Het pleidooi viel ten zuiden van de taalgrens overigens niet in goede aarde: de ene na de andere politieke partij hekelde de uitlatingen in de Franstalige pers. In Vlaanderen kraaide er geen haan naar.

Is het PS-kopstuk dan onverhoopt een mede-seperatist geworden? Nee, toch niet. Zijn “Waals nationalisme” houdt géén streven in van de Waalse natie naar zelfbestuur of een eigen staat. Het is eerder een oproep aan de Walen om trots te zijn op Wallonië, en feestelijk uiting te geven aan een Waals nationaal gevoel waar alle Walen het vertrouwen uit kunnen putten waaraan het hen nu nog al te vaak ontbreekt.

Natie-trots” is een misschien een betere term dan “nationalisme” om het pleidooi Rudy Demotte te omschrijven.

Toch is wat meer Waals natiegevoel in mijn ogen op zich al een positieve evolutie.

Rudy Demotte contrasteert zijn “positief Waals natiegevoel” echter uitdrukkelijk met het Vlaams nationalisme dat “gesloten” en “op zichzelf teruggeplooid” zou zijn, en ook “giftig voor België”.

Nu zou ik zelf de pejoratieve term “giftig” niet kiezen, maar het klopt natuurlijk wel dat wij, Vlaams-nationalisten, het niet bijster goed voor hebben met België. De splitsing ervan is uiteindelijk ons streefdoel. Net zoals het Belgisch nationalisme van 1830 succesvol streefde naar de afsplitsing van de Verenigde Nederlanden; en tiens, is die revolutie nu niet precies wat herdacht wordt op het Feest van het Waals Gewest elke derde zondag van september?

Maar de kritiek dat het nationalistisch Vlaanderen “gesloten” en “op zichzelf teruggeplooid” zou zijn, wordt door onze tegenstanders toch hardnekkig frequent op ons afgevuurd. In het nep-nieuwsbulletin “Bye bye Belgium” werden onmiddellijk na de eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Vlaanderen de treinen aan de taalgrens tegengehouden. In de hersenschimmen van beeldvormers zou Vlaanderen ervoor kiezen iedere vorm van immigratie te verbieden, en een muur rond haar grondgebied te bouwen.

Wat toch een vreemde beslissing zou zijn voor iedere natie, en al zeker voor een natie dat een groot deel van haar welvaart uit export genereert.

Daarom is het goed zo af en toe te herhalen dat identiteit niet incompatibel is met een open geest, en dat autonomie internationale samenwerking niet in de weg staat. Integendeel. Zelfs samenwerking met Wallonië kan en moet in een zelfstandig Vlaanderen mogelijk blijven, als beide partners er voordeel in zien. Meer nog: zelfbestuur is de beste garantie dat samenwerking steeds leidt tot win-winsituaties met goede afspraken.

En in het immigratiedebat hamert N-VA inderdaad op het belang van integratie, waarbij van de nieuwe Vlamingen verlangd wordt dat ze de Nederlandse taal leren en ze een aantal basisnormen en -waarden hen eigen maken. Dat is niet om met allerlei hindernissen immigratie zo veel mogelijk te belemmeren, maar vanuit de overtuiging dat open communicatie (waar nu eenmaal een gemeenschappelijke taal en kader voor nodig zijn) zowel de nieuweling als de Vlaamse samenleving ten goede komt.

Binnen een Belgisch kader is het perfect mogelijk een staatsstructuur uit te tekenen waarin een autonoom Vlaanderen en Wallonië dergelijke samenwerkingsafspraken kunnen maken, waarbij ze tegelijkertijd (al dan niet voorlopig) naar buiten treden als één confederaal land België. Alle bevoegdheden waar dan geen overeenstemming over is, dienen dan te verhuizen naar de deelstaten. Alleen al het uitgangspunt dat een gemeenschappelijk beleid géén van de twee naties opgedrongen wordt, zal een enorm verschil ten goede maken. De werking van de democratie zal er voor zorgen dat het beleid aansluiten zal de wil van de publieke opinie, en dit aan beide kanten van de taalgrens.

De vele volkeren op deze aardbol die gelukkig wel een eigen staatsstructuur hebben, en hun eigen toekomst in handen houden door niet lukraak met buurlanden samen te smelten, worden niet zomaar van gesloten kerktorenmentaliteit beticht. Er is dan ook geen enkele reden waarom naties die diezelfde situatie nastreven (Vlaanderen, Schotland, Catalonië, …) dergelijke kritiek zouden moeten slikken.

Rudy Demotte sprak bij de voorstelling van het programma voor van het Feest van Wallonië in Namen natuurlijk met zijn petje van minister-president van het Waals Gewest op. Toch is het opmerkelijk dat hij, als minister-president van de Franse Gemeenschap, nooit over Franstalig Belgisch nationalisme spreekt.

Ondanks het feit dat de Franse Gemeenschap zichzelf de ongrondwettelijke naam “Federatie Wallonië‒Brussel” aanmeet, is het water tussen Wallonië en Franstalig Brussel best wel diep geworden. Gebruik makend van de mogelijkheid voorzien in artikel 138 van de Grondwet, hebben de Brusselse Franstaligen met het inter-francofoon Sint-Kwintensakkoord sinds 1994 voor zichzelf verkregen heel wat gemeenschapsbevoegdheden zelf decretaal te mogen uitoefenen: onderwijs, gezondheidsbeleid, sociale bijstand, sportinfrastructuur, en zoveel meer. (Met deze decretale bevoegdheden verwierf de Franse Gemeenschapscommissie in Brussel ook het recht belangenconflicten in te roepen, dit in tegenstelling tot de Vlaamse Gemeenschapscommissie.)

Uit een enquête van Le Soir in september 2010 bleek dat slechts een derde van de Brusselaars zou instemmen met de oprichting van een Waals-Brusselse staat, wanneer België uit elkaar valt. Eerder komt er voorzichtig een (Franstalig) Brussels nationalisme de kop opsteken. (Daarin is overigens voor de Brusselse Vlamingen overigens vaak geen plaats voorzien, of het is in de rol van tweederangsburger. Maar het metropolitaans nationalisme van een wereldstad kan toch per definitie niet gesloten zijn, nietwaar?)

Met verloop van tijd acht ik het dan ook niet uitgesloten dat het Brussels Gewest in de toekomst om socio-economische redenen eerder aansluiting zal zoeken bij Vlaanderen dan bij Wallonië. Deze optimistische visie kan enkel maar bewaarheid worden als de Franstalige cultuurgemeenschap van Brussel minstens een pakket culturele bevoegdheden (onderwijs) zelf zal mogen regelen, al dan niet (naar eigen inzicht) in samenwerking met Wallonië of Frankrijk, en als ze daarvoor de nodige garanties krijgt op een eerlijke financiering die niet in de loop van de tijd door Nederlandstaligen gesaboteerd kan worden. (Want die Vlamingen zijn duivels, volgens de huidige heersende opinie.) Op dit moment ligt het hart van de machthebbers echter nog in het zuiden van België, omwille van de gemeenschappelijke taal en cultuur. En dat de Franstalige politieke partijen die de Brusselse touwtjes in handen hebben, vooralsnog over gemeenschappelijke structuren in Wallonië en Brussel beschikken, speelt vanzelfsprekend ook mee. Een confederale tussenstap op weg naar een definitieve splitsing van België is daarom niet alleen wenselijk omwille van de geleidelijkheid; het kan ook aan de (Franstalige) Brusselaars enig respijt geven om na te denken over hun toekomst, en de structuren en samenwerkingsverbanden die het meest geschikt zijn om de grootstedelijke problemen aan te pakken.

In La Libre Belgique van dinsdag 27 augustus reageerde Jules Gheude op de uitlatingen van Demotte dat de Walen niet hun Waalse, maar hun Franse identiteit moeten bevestigen. Gheude ijvert voor de aanhechting van Wallonië bij Frankrijk. Of Wallonië al dan niet moet aansluiten bij Frankrijk (of Luxemburg) of niet, daar moeten de Walen zelf over beslissen, in samenspraak met betrokken landen. In die discussie meng ik mij niet.

Doch deze passage uit het opiniestuk van Gheude wil ik u niet onthouden: “Men weet dat een onafhankelijke Waalse staat financieel niet haalbaar is en dat ze haar sociale uitkeringen met 10 tot 15 % zou zien afnemen. Men weet ook dat een meerderheid van de Brusselaars geen voorstander is van een unie met Wallonië.” Hiermee weet u, mocht dat nog niet het geval zijn, waarom men in Wallonië zo vasthoudt aan het voortbestaan van België, en waar België dan wel voor nodig is.

Schrijf een reactie

september 2013
m D w d v Z Z
« nov    
 1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
30  

Zoeken

Copyleft en copyright, Stijn “Adhemar” Vandamme, 2013. Sommige rechten voorbehouden.

Creative Commons Naamsvermelding Gelijk Delen Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, valt alle originele tekst, de opmaak, en alle andere content van gelijk welke vorm dat door Stijn “Adhemar” Vandamme gemaakt en op deze De toestand der dingen blog gepubliceerd is, onder de Creative Commons Naamsvermelding–Gelijk Delen versie 2.0 België licentie. Rechten op de afbeelding van de stripfiguur Adhemar rusten echter bij tekenaar Marc Sleen en Standaard uitgeverij. Reacties en trackbacks geplaatst via het blogsysteem blijven intellectuele eigendom — wat een lelijke, misleidende term, trouwens — van de verantwoordelijke reageerder. Door de reactie of trackback te plaatsen, geeft zo ’n reageerder Stijn “Adhemar” Vandamme echter wel eeuwigdurende toelating de reactie te publiceren. Zo gaat dat, nietwaar. Deze webpagina bestaat uit geldige xhtml 1.0 strikt; het uiterlijk heeft stijl met geldige css. De site is in overeenstemming met “No www”, klasse b. uris worden met opzet helder en extensieloos gehouden. De site is best te bekijken met uw ogen, en een browser naar keuze. Deze blog wordt bekrachtigd door WordPress, dat is een prachtig stukje software dat onder de gnu General Public License versie 2 vrijgegeven wordt. De vertaling gebeurde door WordPress Themes.